Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens

Margrethe


Een jurk van taal  (augustus 2017)

De stroom in volle vaart
haalt delen beneden van haar in.
Ze weet niet waar ze is in kolken-
schaduwen van licht nemen haar mee,
ze vaart op golven.

De stroom draalt zo zacht,
ze voelt het nauwelijks bewegen.
Het water cirkelt om de steen in de rivier,
blijft troebel in een gootje liggen.
De vis is dood en woorden zwijgen.

De stroom en dat alles verandert,
elke tel bewust te zijn
is voor een mens teveel, zij is niet
gemaakt om in de afgrond
van helderweten te verzuipen.

De stroom gaat aan haar voorbij,
haar lichaam aangespoeld op land, nat
zal de zon haar naakt verwarmen,
verpulveren tot zand – ze is niet
en nooit geweest, zal ook niet worden,

tenzij niets gelijk aan alles is, en zij
vervloeien vervliegen mag in woorden,
ze is heus alles, behalve wat verondersteld,
behalve mens, rauw vlees,
een jurk van taal
omlijnt nog net haar wezen.

Vreemde bekende  (juli 2018)

Vreemde, je bent zo bekend,
ik kijk je aan met de duizend
onzichtbare ogen in mijn huid,
en daar
daar kom je dan
door de poort van je mond,
door de deur van je gebaren
ik herken je verhemelte,
het vallen van lippen tot klanken
het op en neer deinen van je borst
je rozige ingewanden -
naar buiten schrijd je met vaste treden,
dwars door muren heen bereik je.

Geluk is slechts een komma  (mei 2016)

Wat naar als niets meer hoeft,
elk verlangen vervuld verdwenen,
geen strevingen meer,
voor altijd vakantie, vrij van angst.
Hoe zou een mens tevreden zijn?
Als hij vindt wat hij lang zocht,
volgt een komma zijn volmaaktheid,
schendt zijn leven in het sober nu,
roept op tot morgenzijn,
een nieuwe daad in onbevlekte sneeuw.

Als het stil is spitst de happy one zijn oren.
Voordat hij het weet, tilt hij zijn voet op,
zet zonder aarzeling nieuwe stappen
verkent de witte wereld zonder richting.
Het ritme, niet gebaat bij halve zinnen,
haalt hem in, kijkt hem schaduwrijk aan.
Een mens kan maar even stilstaan-
opnieuw dwingt hem de dans verlicht
die aan de bron ontspringt.
Geluk is slechts een komma,
leven een schaakspel van zwart en wit.



De meetlat, Gedichten van Margrethe Venema


Waarom deze gedichten?
Waarom zou ik mijn eigen gedichten aan de meetlat leggen? Ik beschouw dit als een spelletje met mezelf, maar ik kies mijn eigen werk ook uit om te laten zien dat ik kritisch naar mijn eigen werk kan kijken – mogelijk toch tot mijn eigen voordeel!
Er is geen sprake van een ‘tijdstip van lezen’. De gedichten zijn zeer bekend voor me.

Inhoud:
Ik heb honderden gedichten geschreven tussen 2011 en nu. De onderwerpen zijn semi-spiritueel. Steeds ben ik op zoek naar een werkbare en leefbare situatie voor mijzelf, waarbij mijn talent vrij spel mag hebben en ik me niet hoef aan te passen. Een terugkerende metafoor in mijn werk is ‘aarde versus hemel’. In wezen zoek ik een manier om ‘op aarde te landen’ en ‘deel te nemen aan de werkelijkheid zonder mezelf in de vingers te snijden’. Je zou kunnen zeggen dat mijn gedichten een spirituele kant hebben, maar ik beschouw ze zelf liever als zoek- en dwaal- gedichten, waarbij de realiteit het eindpunt is.
Thema’s zijn o.a. zuiverheid, stilte, liefde, creativiteit, het lijden, manipulatie, illusies, (on)vrijheid, het ziekbed van moeder, de bergen.

Stijl:
Het betreft een geheel eigen stijl. De gedichten zijn op tempo geschreven en veelal spontaan ontstaan.
Er worden redelijk wat metaforen aan de natuur ontleend, maar ook heel concrete tegenstellingen ingezet.
De taal kan soms wat zweverig of abstract zijn. Dit past bij het dwalende karakter van de gedichten.
De dichter streeft duidelijk geen perfectie na in haar gedichten, maar vat het dichten op als spel.

Karakter:
De dichter is zelf de hoofdpersoon. Ik ga mezelf hier niet beschrijven. Daarnaast speelt een ex-geliefde een rol en soms ook ervaringen met andere mensen. Tot slot heeft de dichter een aantal gedichten geschreven over (het ziekbed) van haar moeder. Je zou de gedichten eenzijdig kunnen noemen, omdat ze vooral vanuit de schrijver vertrekken en het een autobiografische zoektocht betreft. Veel gedichten staan in de ik-vorm geschreven.

Denken en voelen:
De zwervende geest is een oud thema, dat al veelvuldig aan de orde geweest is in de literatuur. In mijn eigen zwerven laat ik me nu eens meenemen door gevoel en dan weer door ideeën. Ik denk/hoop dat beide, zowel het voelen als denken, in gedichten aangesproken worden. De achterliggende idee van de gedichten is veelal dialectisch. Daardoor is er van veel levendigheid en beweging sprake.
Ik kan niet beoordelen of mijn ideeën vernieuwend, dan wel interessant voor anderen zijn.

Rollen:
Niet direct van toepassing. De gedichten zijn gebaseerd op persoonlijke ervaringen, waarbij specifieke rollen juist vermeden worden.
De dichter ziet zichzelf als een vrouw met mannelijke kwaliteiten. Zo ziet zij een grote vrijheidsdrang als een mannelijk element. De behoefte aan vrijheid is een thema in de gedichten.
Daarnaast hebben de gedichten soms iets oceanisch, wat vaak als vrouwelijk wordt beschouwd.

Vrijheid:
De gedichten getuigen van een vrije geest, omdat de schrijver zijn proces zonder gêne aan de wereld toont, waarbij zij zich niet laat normeren door 'wat er onder een gedicht verstaan wordt'. De gedichten willen meer laten zien dan het eigen verhaal. Ook het eigen idee van de wereld wordt middels de gedichten uitgedrukt. Maar onvolledig en indirect.
De dichter gelooft erin dat wat meest individueel is ook een universeel karakter heeft.

Eigen oordeel:
Mijn gedichten staan dichtbij mij, maar dat is logisch, omdat ze uit mezelf voortkomen.
Omdat ik spontaan schrijf brengen de gedichten me wel steeds iets nieuws. Al schrijvende ontdek ik van alles. Hoe anderen mijn gedichten ondergaan kan ik niet zeggen.
De gedichten zouden geperfectioneerd of op een hoger niveau getild kunnen worden. Ook zou het interessant zijn als de dichter andere mensen meer als uitgangspunt zou nemen, dan zichzelf. Maar daar heeft de dichter zelf geen animo voor.

Citaten of voorbeelden:
Zie zijlijn. De dichter koos 4 gedichten uit, waarvan er één typisch zweverig, één over het zoeken naar contact, één over de tijdelijkheid van geluk en één over mens-zijn, dat zij als een wezenlijk thema ziet.


Menswording  (november 2018)

Ik dacht al mens te zijn, maar was vergeten
hoe het was om met blote voeten in het gras
bevlekt te zijn als kievitsbloemen;
licht en schaduwen vielen over mij,
ik tuimelde als een tuimelbeker op mijn zij,
een witte vogel en een zwarte vlogen over,
de zon ging onder in de zee van herfst,
ik ontdeed mij van huid en daar zag ik mij;
als wolk dreef ik aan mezelf voorbij
totdat ik nieuwe voeten kreeg en ze
droegen mij, droegen mij vanzelf naar huis.
Mijn handen zetten water op, ik dronk thee
en dat was alles, ik hoefde niet zo zeer
nog iets speciaals te zijn, gewoon mijzelf,
lijf en leden opgevouwen om mij heen.