Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


P356  Hotelkamer

Een hotelkamer nemen is voor normale mensen een kleinigheid die je in twee minuten achter de rug hebt. Voor één van ons, één van ons neurotici, slapelozen en psychopaten wordt deze handeling buitengewoon overstelpt met herinneringen, affecten en fobieën, een martelgang.


P365  Dialectische gedachten

Wonderlijk, hoe schoonheid en dood, lust en vergankelijkheid op elkaar aangewezen zijn en elkaar wederzijds bepalen. Duidelijk bespeur ik, zintuiglijk als het ware, om mij heen en in mijzelf de grens tussen natuur en geest. Bloemen zijn vergankelijk en mooi, goud daarentegen is duurzaam en vervelend, - zo zijn ook alle werkingen van het natuurlijke leven vergankelijk en mooi, maar onvergankelijk en vervelend is de geest. Op momenten als dit wijs ik hem af, beschouw ik de geest bepaald niet als een vorm van eeuwig leven, als als verstard, onvruchtbaar en vormloos, iets dat slechts tot tot vorm en leven kan komen door zijn onsterfelijkheid prijs te geven.


P369  Kuren

Wij worden liever maar half beter, door het een beetje fijner te hebben, wij zijn tenslotte geen adolescenten met onvoorwaardelijke eisen aan onszelf en anderen, maar mensen op leeftijd, diepgaand verstrikt in de onoverkomelijke kanten des levens en eraan gewend onze slagen op zijn Frans te slaan.


P400  De traagheid

Ik besta enkel nog uit traagheid, uit een vage verveling, duffe slaapzucht. Een nog beschamender bekentenis blijft mij niet bespaard. Dat ik niet werken, niet denken en nauwelijks lezen kan, dat ik lichamelijk en geestelijk elke frisheid en energie verloren ben zou al erg genoeg zijn, maar daar blijft het nooit bij. Ik ben begonnen mij juist over te geven aan de meest oppervlakkige en afstompende, saaie en liederlijke kant van dit trage kuurleven... Het is niet te geloven hoe snel je kunt leren wat slecht en dom is, hoe makkelijk het is een hond van een luilak, een zwijn van een vette genieter te worden!


P403  Gokken

Volgens mijn persoonlijke hoogst aangename ervaring levert het een heerlijke opwinding op zich dagelijks twintig minuten bloot te stellen aan de spanning van het roulettespel en de zo onwerkelijke sfeer van de speelzaal. Voor een verveelde en vermoeide geest is dit een ware lafenis, één van de beste die ik beproefd heb.



De meetlat, Hermann Hesse

Uit de Omnibus, Kuren


Waarom dit boek?
Tijdens het lezen van Narziss en Goldmund, jaren eerder, vermoedde ik dat Hesse met gelijksoortige thema’s als ik zelf bezig was. Daarom wilde ik altijd al meer van hem lezen. De eerste (meer romantische) verhalen van Hesse spraken mij minder aan dan het latere verhaal uit 1925 Kuren, waarin ik verrast werd door een toename aan dialectiek, zelfspot en humor. Daarom neem ik dit verhaal onder de loep...

Inhoud:
De neurotische ischiasleider Hesse komt optimistisch gestemd aan in het kuuroord Baden. Tijdens het kuren neemt de stemming gaandeweg af en verlangt hij naar zijn eigen kluis, waar het absoluut stil is. Hij krijgt te maken met een gevoel van haat voor zijn buurman ‘De Hollander’, die een toonbeeld van burgerlijkheid is, maar teveel geluid maakt naar de zin van de hoofdpersoon. Dit gevoel van haat, dat eerst toeneemt, ontzenuwt hij door er tijd voor te nemen zich in de man te verplaatsen, waardoor zijn haat in liefde omslaat.
Tijdens de periode in Baden wordt ischiasleider Hesse steeds luier en gaat zich op een bepaald moment net zoals de anderen te buiten aan allerlei liederlijk plezier en Bourgondisch eten. Hij bemerkt dat hij niet veel anders dan de anderen is, een duffe doorsnee-kuurpatiënt. Het breekpunt bestaat erin dat hij zich niet meer in kan houden en tijdens de maaltijd in een ongepast maar bevrijdend lachen uitbarst. Kuurpatiënt Hesse komt weer tot zichzelf.

Stijl:
De stijl is lichtvoetig en gedetailleerd, waarbij Hesse alle tijd neemt om zijn eigen neurotische kanten te beschrijven en de zelfspot gaandeweg toeneemt. Het hele verhaal zou als een reflectie op zijn ervaringen in het kuuroord gezien kunnen worden, waarbij hij meer dan eens ook het gedrag en uiterlijk van andere patiënten beschrijft. Bij het schrijven werkt Hesse bewust bepaalde tegenstellingen uit, die hij daarna ook bij elkaar brengt.
In de terugblik kijkt hij vooral filosofisch op het hele gebeuren terug.

Karakter:
De aan slapeloosheid lijdende hoofdpersoon loopt tegen de vijftig. Hij lijkt aanvankelijk een hoge pet van zichzelf op te hebben als theoloog en mysticus, maar noemt zichzelf ook een neuroot. Hij is een eenling die weer onder de mensen komt waarbij hij, overgevoelig als hij is, niet tegen al de menselijke geluiden kan. Zijn gedachten en uiteindelijk lachen om zichzelf lijken op de filosofie van Nietzsche gebaseerd te zijn. De hoofdpersoon kan als een dialectisch denker beschouwd worden met een hoge moraal.

Denken en voelen:
De schrijver poneert tijdens zijn reflecties allerlei filosofische ideeën, die aan het denken zetten en je als lezer scherp houden. De omdraaiing van zaken, waarbij de uitzonderlijke kuurpatiënt Hesse even traag en verveeld als de anderen wordt, geeft ook stof tot denken. Je kunt je afvragen in hoeverre de hoofdpersoon een gek is, of juist wijs – of allebei.
Hesse mijdt het niet om extreme gevoelens zoals haat en de overgave aan liederlijkheid te beschrijven. Hij neemt daarin zijn vrijheid.

Rollen:
Het verhaal gaat niet zo zeer over verschil in sekse, maar beschrijft de mensen in zijn algemeen. In eerste verhalen uit de omnibus wordt de vrouw geromantiseerd, alsof de liefde van een mooie vrouw een man van al zijn ellende kan verlossen.

Vrijheid:
De schrijver neemt de vrijheid om de situatie consequent te dramatiseren en zichzelf met zelfspot te beschrijven, waarbij hij tal van slechte eigenschappen benoemt en de uitwerking daarvan. Hij is daarin de schaamte voorbij, voor mij een toonbeeld van een vrijheid die zich met eerlijkheid verbindt.

Eigen oordeel:
Ik heb erg genoten van dit extreme verhaal, waarbij onverwachte wendingen bleven verrassen. Het dialectische denken dat achter het verhaal schuilgaat, spreekt mij aan. Het verhaal toont mij ook de mogelijkheden van dialectiek. Ik zie een verband met het spelkarakter, de zelfspot en humor.

Citaten of voorbeelden:
Zie zijlijn en hier recht onder.


P392  Het Ik

Ach, en nu stond ik weer eens volledig buiten de eenheid, was ik een vereenzaamd, lijdend, hatend en vijandig Ik. Zeker, anderen waren dat ook, ik stond er niet alleen in, er waren massa's mensen, wier leven uit niets anders dan een strijd, een oorlogszuchtige bevestiging van het Ik tegenover de omgeving... Ach zalig de simpele zielen, die zichzelf konden liefhebben en hun vijanden haten, zalig de patriotten die nooit aan zichzelf hoefden te twijfelen, omdat zij zelf nooit ook maar de geringste schuld hadden aan de ellende in hun land.