Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


P105  Dwingende stemmen

Als de wereld hem opeiste, zo voorzag hij, zou een wereldse stem hem vragen door noeste arbeid de in verval gekomen levensstaat van zijn vader nieuwe glorie te verlenen, en in de tussentijd spoorde de stem van zijn schoolmakkers hem aan een fijne vent te zijn, berispingen op te vangen voor anderen of te zorgen dat hun straf kwijtgescholden werd en zijn best doen veel vrij te vragen voor school. En het was het gegons van al die holklinkende stemmen dat hem besluiteloos het najagen van hersenschimmen had doen staken. Hij leende ze voor een korte tijd het oor maar hij was slechts gelukkig als hij zich ver van de stemmen wist, buiten het bereik van hun roep, alleen of in gezelschap van zijn makkers, de hersenschimmen.


P125  Begeerte

Dergelijke momenten duurden slechts kort en weldra vlamde het verterende vuur van de wellust weer op. De verzen stilden op zijn lippen en de onsamenhangende kreten en onuitgesproken brute woorden gutsten uit zijn brein en zochten zich een uitweg te banen. Zijn bloed was in opstand. Hij zwier door het slijk van donkere straten, keek spiedend in sombere stegen en portieken, luisterde gretig naar ieder geluid. Hij kreunde zacht als een hongerig zoekend dier. Hij wilde zondigen met iemand van zijn eigen soort, een ander wezen dwingen met hem te zondigen en met haar in zondige verrukking zwelgen.
...
De kreet barstte uit hem los als een weeklacht uit een hel van gepijnigden en verstierf in een klacht van wilde smeekbeden, een kreet om zondige overgave, een kreet die slechts de echo vormde van een obscene krabbel die hij op de zwetende muur van een muur van een urinoir gekrabbeld had.


P206/207  De keuze

Hij zou nimmer voor het tabernakel als priester het rookvat zwaaien. Het was zijn lot in geen enkele sociale of religieuze groepering thuis te horen. De wijsheid van het beroep dat de priester op hem had gedaan raakte hem niet in het diepst van zijn wezen. Hij was voorbestemd om zelf zijn wijsheid te zoeken, onafhankelijk van anderen, of de wijsheid van anderen te leren, terwijl hij zijn weg zocht te midden van de listen en lagen der wereld.
De listen en lagen der wereld waren haar zondige wegen. Hij zou vallen. Hij was nog niet gevallen, maar hij zou geluidloos vallen, ineens. Niet te vallen was te moeilijk, te moeilijk...


P219  Een romantisch beeld

Een meisje stond voor hem midden in de geul, alleen en roerloos, en staarde uit over zee. Het was alsof zij door toverij de gedaante van een vreemde schone zeevogel had verkregen.
...
...en toen zij zijn aanwezigheid voelde en de verering in zijn ogen, keerden haar ogen zich tot hem en dulden zwijgend zijn blik, noch wulps, noch beschaamd.
...
Hemelse God, riep Stephens ziel, in een uitbarsting van profane vreugde uit. Hij keerde zich plots van haar af en verwijderde zich over het strand. Zijn wangen vlamden; zijn lichaam gloeide; zijn benen trilden. Verder en verder en verder schreed hij, ver weg over het verre zand, onstuimig zingend tot de zee, welkom roepend tot het naderende leven dat tot hem geroepen had.



De meetlat, James Joyes

Een portret van de kunstenaar als jongeman


Waarom dit boek?
Ik had altijd een beeld van ´Joyce´ in mijn hoofd van topliteratuur met een hoge moeilijkheidsgraad.
Toen een vriend vertelde over het schakelpunt in het boek, waarop de hoofdpersoon Stephen Dedalus de keuze krijgt voorgelegd om zich bij de orde der Jezuïeten te voegen, maar daarop voor zijn eigen vrijheid koos, ging ik overstag.

Inhoud:
Het boek betreft een autobiografisch relaas dat zich in een regenachtig en duister Ierland, voor een belangrijk deel in Dublin, afspeelt. Stephen Dedalus volgt een opleiding op een strenge school bij de Jezuïeten. Als de hormonen opspelen bezondigt hij zich door veel op stap te gaan, waarbij hij het ervan neemt. Na een buitengewoon lange preek waarin een Jezuïet de hel zeer indrukwekkend en gedetailleerd beschrijft, komt Stephen tot berouw en gaat biechten. Later wordt Stephen door een Jezuïet uitgenodigd om zich bij hen te voegen, wat in die tijd als een eervolle vraag gezien werd. Vanuit een intuïtief gevoel, ‘sterker dan opvoeding en godsvrucht’, besluit Stephen dit niet te doen. Eenmaal vrij kan Stephen zich nergens meer bij aansluiten. Als (woord)kunstenaar of dichter wil hij zich vrij kunnen bewegen, laat alles achter zich en vertrekt.

Stijl:
De stijl is typisch hartstochtelijk met veel gevoelswoorden, zoals het bij een jonge intelligente en gevoelige man uit die tijd past. De Jezuïeten maken veelvuldig gebruik van een religieuze taal. Er is sprake van schuldbewuste 'neurasthenische zelfbespiegelingen', vaak zwaar aangezet. Het decor van een regenachtig Dublin wordt veelvuldig ingezet om de duisternis van een lijdende aarde te onderstrepen. Joyce beschrijft de armoede en vunzigheid van Dublin, maar maakt ook veel ruimte vrij voor dialoog en eindigt met dagboekfragmenten. Hij citeert regelmatig uit Latijnse geschriften, waarbij de betekenis zich soms laat raden. De sfeer is neerdrukkend, soms met zwaarmoedig-explosieve uitweidingen. Toch schrijft Joyce niet alleen romantisch, maar ook wel nuchter beschrijvend, en ironisch als het de beschrijving van Jezuïeten, en later van vrienden, aangaat.

Karakter:
Als jongeling is Stephen Dedalus heel gewetensvol en schuldbewust. Pas als hij voor zijn eigen vrijheid kiest groeit hij uit tot iemand met eigen ideeën en kan hij ook instemmen met gevoelens van vreugde en begeerte. De intelligente jongen durft zijn eigen positie in te nemen tegenover de anderen, waardoor hij wordt bewonderd, maar ook alleen komt te staan. Hij is eerlijk, consequent met romantische inborst en volgt zijn hart, ongeacht de gevolgen.

Denken en voelen:
Het boek spreekt beide aan. Je wordt je als lezer bewust van de enorme invloed die van de omgeving uitgaat. Je krijgt gaandeweg begrip voor de keuzes die Stephen maakt, maar hebt het ook wel met hem te doen, omdat hij een eenzame weg gaat. In ietwat abstracte dialogen met andere jongens komen zijn eigen ideeën aan de orde.

Rollen:
De jongens gaan naar school en discussiëren met elkaar, de meisjes lijken daarvan uitgesloten. Opvallend is dat de jongens namen hebben en de meisjes anoniem en karakterloos zijn. Door de anonimiteit van de meisjes en vrouwen, blijven deze wel mysterieus, wat als aantrekkelijk aangemerkt wordt door de jongens. Er bestaat een grote kloof tussen de seksen. Het is in dit boek niet denkbaar dat Stephen een vrijdenkende goed opgeleide vrouw tegenkomt. Vrouwen en meisjes in het boek zijn of kuis en heilig, of hoerig. De kijk op vrouwen lijkt gevoed te worden door religieuze poeha met betrekking tot seks, begeerte etc. Vrouwen hebben weinig mogelijkheden, voor hen is in die tijd het veiligst om te trouwen.

Vrijheid:
Het boek gaat uiteindelijk over vrijheid, omdat de jongen Stephen Dedalus eigen keuzes maakt, waarbij hij tegen de stroom in moet gaan. Hij kiest voor een vrijwillig ballingschap en vertrekt.

Eigen oordeel:
Het boek is een reactie op de toenmalige verstikkende religieuze en vaderlandslievende tijdgeest. Ik heb respect voor de eerlijkheid die eruit spreekt. Door dit boek begreep ik beter dat vrijheidsdrang altijd voortkomt uit ervaringen van onvrijheid. In die tijd moet onvrijheid veel voelbaarder zijn geweest dan in 2019 in Nederland. Door dit boek kan ik me beter voorstellen hoe duister het honderd jaar geleden nog was, door armoede, weinig toekomstperspectief en letterlijk weinig licht in het sombere en regenachtige Ierland. Ik kan me voorstellen dat het stadslandschap in Dublin in die tijd beklemt en melancholie opwekt. Maar ook dat deze sfeer het verlangen naar licht groter maakt en uitnodigt het geluk in Europa te zoeken.

Citaten of voorbeelden:
Zie zijlijn en hier recht onder.



P208  Armoede

In de portiek duwde hij de deur waar geen klink op zat open en liep door de kale gang de keuken in. Een stel van zijn broertjes en zusjes zat om tafel geschaard. Ze waren bijna klaar met theedrinken en alleen het laatste restje van het tweede treksel stond nog onderin de jampotjes en stukjes brood met suiker, bruin van de thee die erover gemorst was. Plasjes thee lagen hier en daar op het tafelblad en een mes met een gebroken ivoren handvat was in de gleuf van de pokdalige klaptafel gestoken.