Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


P109  Ouders, agressie

Mijn vader stootte mijn moeder omver waardoor ze op de bank viel. Hij keek om zich heen en zijn blik viel op de kristallen fruitschaal op de salontafel. Het ding was zo zwaar dat ik hem altijd met twee handen moest optillen. Mijn vader greep hem nu met één hand, draaide zich richting mijn moeder en pakte de fruitschaal nu ook met zijn andere hand vast. En zoals je een grote steen met twee handen omhoog houdt om er een kokosnoot meet te pletten, zo hield mijn vader dat kristallen object omhoog.


P149  Ouders

‘Wil je iets met ons delen, Harun?’ vroeg mijn moeder.
Mijn vader keek haar vragend aan.
‘Heb je een baan gevonden?’
‘Daar gaat het nu niet om.’
‘Waar gaat het dan wel om?’
‘Dat de kinderen beseffen hoe bijzonder ik ben,’ zei mijn vader met een uitgestreken gezicht. Misschien kwam het door mijn moeders toon dat mijn vader het gevoel had dat hij zich nader moest verklaren. ‘Ik heb vaak gezegd dat ik geen man voor een gezin ben, geen klassieke vader, maar desondanks, of daardoor ben ik een bijzondere vader.’ Hij keek tevreden alsof dat inzicht ter plekke tot hem doorgedrongen was, ‘Ik ben niet zoals alle anderen, ik ben geen slaaf van het kapitalisme, geen willoze volger. Ik ben een echte communist! Een beter voorbeeld kunnen de kinderen zich niet wensen.’
‘Harun,’ zei mijn moeder, ‘wat hebben de kinderen eraan dat jij een communist bent?’


P239  Rhea

Op dat moment had ik niets liever gewild dan haar rode kop tegen de metrodeur beuken, net zo lang tot ze om vergiffenis zou smeken en haar bril tussen de rails zou belanden. Zij zou dus het offer worden waarmee ik iedereen duidelijk zou maken dat er met mij niet te spotten viel, dat de grenzen van deze Bijlmerboy waren bereikt en dat niemand het nog langer in zijn hoofd moest halen om mij schoonmaker te noemen. Rhea had haar rode kop in de strop geduwd en het was nu aan mij om het gammele krukje onder haar poten weg te schoppen. Maar ik deed wat ik tot dat moment steeds had gedaan: niets.
Ik had op geen enkele uithaal gereageerd en gedaan alsof het mij niet raakte. Maar nu ik Rhea ongestraft liet lopen, kromp ik verder en drong het pijnlijke besef door dat er geen weg terug meer was.


P269  Tina

En terwijl Floyd en Mitchel ook hun geslacht tevoorschijn haalden, merkte ik dat zich een enorme spanning in mijn broek had ontwikkeld. Mijn kloppende erectie was zo krachtig dat een flinke bult rond mijn kruis te zien was.
‘Ga door,’ riep Virgil. ‘Niet stoppen nu… doorgaan! Hij hijgde zwaar en een paar tellen later ging hij knallend af en spoot zijn zaad rakelings langs Tina tegen de muur. Van schrik liet ze zijn pik los. Virgils geslacht droop bungelend tussen zijn benen na terwijl hij zijn broek langzaam omhoogtrok.
‘Zo jongens, nu is het jullie beurt,’ zei hij hijgend waarna hij wegsjokte. ‘Hork!’ riep Tina, ‘Laat je mij niet eens komen?’ Hij keek haar aan alsof hij haar duidelijk wilde maken dat zijn lust gestild was. ‘Er staat hier een hele ploeg geile jongens voor je in de rij, laat je maar verwennen, zou ik zeggen.’


P395  Kaya

Zijn zwarte haar was lang en viel tot aan zijn kaken en toen hij daar stond, op de meest centrale plek van de klas, keek hij ons met een zelfverzekerde glimlach aan en een licht uitdagende lach, terwijl hij zijn bruinleren jas nonchalant met een hand vasthield. Hij had een snor, geen lullige zoals ik, maar een echte snor waar veel volwassen mannen jaloers op zouden zijn en die een gevierde olieworstelaar niet zou misstaan. De ruwe stoppels op zijn wangen maakten duidelijk dat deze jongen zich al een tijdje schoor. Hij bezat een autoriteit die ik bij geen enkele andere leerling op deze school gezien had, ook niet bij de zesdeklassers. Onze nieuwe klasgenoot nam ons een voor een in zich op en keek alsof hij van dit moment genoot. Langzaam draaide zijn hoofd van links naar rechts terwijl zijn ogen ontspannen langs de vele gezichten gleden. Ik zag dat hij niet onder de indruk was van Dino’s doordringende blik en misvormde smoel. Bij Patricia bleef zijn blik een paar tellen hangen. Ze keek blozend weg.



De meetlat, Murat Isik

Wees onzichtbaar


Waarom dit boek?
Wees onzichtbaar is niet een boek dat ik normaal gesproken zou kiezen, omdat ik voorkeur heb voor boeken die inhoudelijk met de thema's te maken hebben waar ik zelf mee bezig ben.
Ik koos het omdat iemand die ik op waarde schat het boek aanprees. Omdat Wees onzichtbaar de Librisprijs van 2018 was ik nieuwsgierig geworden of ik me daarmee zou kunnen verenigen.

Inhoud:
Wees onzichtbaar verhaalt over de jeugd van Metin Mutlu, een zachtaardige Turkse jongen met een onveilige jeugd in de Bijlmer. In allerlei lastige situaties verbergt Metin zich, houdt zich ter bescherming van zichzelf op de achtergrond of gedraagt zich volgens de verwachting van anderen, bijvoorbeeld van de linke Dino Purperhart, die hem pest, waardoor Metin alleen op school staat. Aan de hand van heldhaftige beelden uit strips of films stelt Metin zich voor hoe hij wil handelen, maar doet dit niet, waardoor hij zichzelf als laf ervaart. Pas als rond bladzijde 400 de eigenzinnige, charmante en assertieve Kaya zich als vriend aandient, wordt Metin voorzichtigaan steviger.
Een belangrijke relatie in het boek is die van Metin met zijn onberekenbare, rebelse en egoïstische vader, die zelden interesse voor zijn kinderen toont en er bij tijden op los slaat. Zowel Metins moeder als zus als Metin zijn bang voor hem, maar hun verzet groeit en uiteindelijk komen zij voor zichzelf op.

Stijl:
Het dikke boek bestaat uit afgebakende scènes in korte hoofdstukken en is in de ik-vorm geschreven. De schrijfstijl is kraakhelder, gedurende het hele boek wordt de schrijftechniek ‘show don’t tell’ toegepast, waarbij handelingen en gebeurtenissen leidend zijn. Er worden relatief weinig metaforen gebruikt. Er worden veel films/series, merken etc. uit die tijd (jaren 80 en 90) benoemd. De langste dialoog is vermoedelijk die met meneer Rolf, die over de geschiedenis van de Bijlmer vertelt, en zodoende informatie verstrekt over de beruchte wijk in Amsterdam.

Karakters:
Metin is een introverte en zachtmoedige jongen die geen enkel kwaad in de zin heeft. Hij kan niet goed voor zichzelf opkomen en laat alles gebeuren zoals het gebeurt. Een enkele keer vertelt hij een leugentje om bestwil, met als doel erbij te horen. Met betrekking tot zijn studieresultaten is Metin faalangstig, hij doet erg zijn best om zijn ouders niet teleur te stellen. De vader, Dino en Kaya zijn de belangrijkste antagonisten, zijn juist sterk en meer dan eens dominant. Metin wilde dat hij iets meer van de rebellie van zijn vader had meegekregen, omdat hij denkt dat hij dan beter voor zichzelf zou opkomen.
Je zou ook kunnen zeggen dat dit boek de afhankelijkheid van de mens van zijn omgeving laat zien, waarbij de (basis)behoefte aan veiligheid bij het opgroeien onderstreept wordt.

Denken en voelen:
Wees onzichtbaar draait niet om ideeën. Wel toont het verhaal ons de onrechtvaardigheid van de wereld, waarbij het leven overleven is en zwakken sneuvelen. Metins vader is een koppige communist en Kaya ziet de leerlingen op school als een kudde, heeft enkele premature ideeën over vrijheid en heeft een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Meneer Rolf doet veel voor de Bijlmer i.v.m. de leefbaarheid van de wijk en ziet geld als het probleem van alles.
Wat gevoelens betreft is er een groot verschil merkbaar tussen introverte en extraverte personages in het boek. Veel gevoelens gaan als het ware schuil onder de nuchtere stijl van het boek.
Interessant vind ik het doldrieste emotionele karakter van Metins vader.

Rollen:
De rolverdeling van de ouders van Metin is traditioneel, waarbij Metins vader zich niet met de opvoeding bemoeit. Zowel Metins moeder als zus nemen het heft in eigen handen, door te gaan studeren of te werken. De meisjes in het boek zijn vooral aardige meisje met een glimlach om hun mond of meisje met grote borsten, die de puber Metin in verlegenheid brengen. Maar er komen ook een meer agressief meisje en een agressieve vrouw voor in het boek voor. Er is sprake van een veelheid van type mensen. Rollen worden niet steretype doorgevoerd.

Vrijheid:
De ontwikkelingsroman stuurt op de vrijheid en zelfredzaamheid van de hoofdpersoon aan. Ik vind dat het heel lang duurt voordat Metin zich persoonlijke vrijheid permitteert. De nadruk in het boek ligt lange tijd op de angst en de daarmee samenhangende onvrijheid. Het proces wordt heel precies en door middel van veel herhaling beschreven, waardoor het lang wachten is op de emancipatie van de hoofdpersoon. De onvrijheid waarin Metin zich bevindt is een direct gevolg van een onveilige omgeving en daardoor begrijpelijk. Een fase van opstandigheid ontbreekt, Metin is een berustend type en gericht op harmonie. De keuzes die hij uiteindelijk maakt, studeren etc., zijn volgens de norm, maar passen ook bij zijn karakter. Studeren zal hem helpen zijn weg vrij te maken.

Eigen oordeel:
Ik vind het knap dat de schrijver zo veel verschillende scènes heeft beschreven, die samen een beeld vormen van een onveilige omgeving in de Bijlmer. Soms staan scènes meer op zichzelf en ontbreekt een doorgaande lijn. Bepaalde frustraties lijken in het niets op te lossen. Nadat Metin een mes op zijn keel is gezet door Dino Purperhart wordt daar bijvoorbeeld niet op teruggekomen, wat ik verwachtte, omdat de dood toen even heel dichtbij kwam.
Het boek is toegankelijk en op een groot publiek toegesneden. De stijl vond ik steeds een beetje van hetzelfde. Het leest op zichzelf als een trein. De laatste paar hoofdstukjes vond ik het mooist, omdat Metin zich dan minder stereotype voorstellingen maakt.
Wat ik een beetje miste is compassie voor ‘mislukte mensen’. Het boek lijkt in dit opzicht wat moraliserend te zijn. Dit kun je natuurlijk ook op het karakter van de hoofdpersoon verhalen.

Citaten of voorbeelden:
Zie zijlijn en hier recht onder.


P527  De buffetkast, een mooi stukje

Ik keek naar de buffetkast die sinds mijn kinderjaren het uitzicht vanaf de bank had bepaald en al die tijd een stille getuige was geweest van het leed dat ons had omringd. En al die tijd had hij de flessen sterke drank van mijn vader geduldig in zijn buik bewaard. Maar de buffetkast was niet zijn exclusieve domein geweest, want elk gezinslid had er zijn sporen in achtergelaten. Zo zaten in de onderste la de oude schoolrapporten van mijn zus en mij, de documenten die op afstandelijke wijze over onze gebreken hadden geoordeeld. Helemaal onderin zaten onze familiealbums, gevuld met prenten van een kleurrijke geschiedenis waarin niemand was ontzien.
...
We zouden de buffetkast niet achterlaten omdat hij in onbruik geraakt was, maar omdat hij te veel over ons wist. Hij zou ons in ons nieuwe huis alleen maar herinneren aan de donkere jaren die we zo graag wilden vergeten.