Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens

  


Nieuwsbrief (september 2017)


Door windstilte heen

Op dit moment houd ik een lange pauze van mijzelf, zoals anderen mij kennen, ik zou denken om de tweede helft van mijn leven een goede kans te geven. Ik kies voor andere zaken die ook van belang zijn en die aan een nieuwe start vooraf gaan: klussen (de studeerkamer vernieuwen), sporten, fotograferen, lezen, gezond eten.
Sinds ik al mijn energie in tijdschrift Oerkracht stak, moest het schrijven sowieso wachten. Begin juli heb ik besloten niet verder te gaan met Oerkracht. Het is lastig om aan buitenstaanders het hoe en wat rondom Oerkracht uit te leggen en in dit geval moet ik dit denk ik ook niet willen.

Eén ding geloof ik en dat is dat alle dingen hun betekenis hebben en, als je het maar ziet, ten goede kunnen meewerken... het lijkt erop dat ik veel tijd ben verloren, toch gebeurt er van alles wat mij helpt in mijn groei. Het proces gaat onderhuids en onzichtbaar gewoon door, maar wel dwars door herfst en winter, waarbij oud blad met de wind wegwaait. Dat voelt fris en nieuw...

Ik ben nogal een fan van de wind. Hij komt zowel in mijn gedichten als in mijn roman regelmatig aan de orde. De wind is een metafoor die goed bij me past. Wind en windstilte dan. Storm in wilde natuur bij voorkeur, maar ook de zachte wind die door mijn open raam naar binnen glipt laat ik niet aan mij voorbij gaan. Als ik op de fiets zit doet het me soms goed als de wind om mijn oren suist, zodat andere geluiden gedempt worden. De wind kan als beste zachtjes strelen, hij schudt op, brengt vrolijkheid en verkoeling of geeft de weerstand die ik nodig heb om mijn eigen kracht te voelen en alert te blijven. Wind is transparant en zoals alle natuurverschijnselen zonder oordeel. Hij staat voor mij symbool voor de bewegende ziel, voor dialectiek, voor een kracht die verandering teweegbrengt. Na windstilte steekt altijd de wind weer op, hij kent rust, maar geen einde.
Misschien staat de wind ergens wel symbool voor God of het Alles-Niets, de energie die alle dingen met elkaar verbindt en hoop geeft. Toen ik meer dan twintig jaar geleden van het christelijk geloof loskwam, bleef ik als laatste nog aan 'De Heilige Geest' hangen, als meest abstracte deel van de drie-eenheid. Wat waren de tijden toen anders... Ook de term 'Heilige Geest' voldoet al lang niet meer!
De wind is gebleven. Hij likt vaak over mijn armen en wangen en waait door mijn haar, alsof hij vertellen wil dat hij er altijd is, dat hoe fragiel, wispelturig en ongrijpbaar hij ook is, je je altijd door hem mag laten verrassen.
Als laatste is de wind van iedereen. Zoals we de lucht die we inademen delen, delen we ook de wind. Als wij ons in water wassen, wordt het water vies, maar als wij ons in wind onderdompelen, blijft hij schoon. Dat is voor mij de kracht van wind en de kracht van vernieuwing... dwars door windstilte heen.

Het is wachten op een nieuwe creatieve wind. Hoogst waarschijnlijk schrijf ik de volgende nieuwsbrief pas in het voorjaar van 2018...


Nieuwsbrief (mei 2017)


Hoe dingen verdwijnen

Elke fase in het leven brengt nieuwe ervaringen met zich mee en bijgaand krijg je er gratis en voor niets een nieuwe kijk op jezelf en het leven bij kado. Ik kan niet anders zeggen dan dat ik van het ene in het andere uiterste gevallen ben.

Januari en februari van dit jaar stonden nog in het teken van het verder schrijven aan mijn roman(s), het proeflezen van Het meisje in de koffer door zes mensen en de oriëntatie op een uitgeverij. De reacties waren door de bocht genomen verrassend positief. De meeste proeflezers haalden hier en daar nog (spel)fouten uit het manuscript, maar geen van allen hadden zich tijdens het lezen verveeld. Er zat vaart in het verhaal, de plot was niet voorspelbaar, de hoofdpersoon kroop onder de huid, lezers gingen een band met haar aan, gingen van haar houden, het verhaal zette aan het denken etc..
Een aantal keer heb ik moeten horen dat het een boek over een 'gevoelig en begaafd meisje' op niveau is, mogelijk niet geschikt voor het grote publiek. Dat was geen nieuws voor mij...
Het was een mooie en waardevolle ervaring te bemerken hoe elke lezer Het meisje in de koffer vanuit zijn eigen belevingswereld onderging. Toen ik Het meisje in de koffer met zes mensen besproken had gebeurde er echter iets raars. Ik was er klaar mee en voelde geen enkele aandrang om de laatste details te veranderen of met deel 2 Witte vogels verder te gaan. En ik voelde al helemaal geen zin, zelfs geen reden meer, om een uitgever aan te schrijven — die wereld van regels! Van commercie! Van eisen!
Plots zag ik mijn roman(s) als mijn levenswerk, zo verweven met mijn eigen leven en ervaringen met anderen, dat het zijn tijd nog mag duren. Dat het verder weven van het verhaal samen mag gaan met het verloop van mijn eigen leven, om het zodoende steeds meer rond te maken. Het gevoel kwam bij mij op dat als ik klaar met de trilogie zou zijn, ikzelf ook wel eens klaar zou kunnen zijn met mijzelf en mijn leven - wat extra reden geeft om de roman(s) een tijdje te laten rusten... en de aandacht naar een ander deel van leven te verleggen.

Verlangde ik in januari nog naar een kamer voor mezelf en alleen zijn om te kunnen schrijven? Nu ben ik volledig met andere dingen bezig. Ik voel op dit moment niet de behoefte om mijzelf te profileren, maar om andere mensen een podium te bieden. In plaats van op mijn eiland te blijven zitten navelstaren, ben ik in de zee gesprongen, op weg naar mensenland en mensenvlees — het ruikt zoet, het ruikt naar meer!

Al met al nemen de werkzaamheden voor Tijdschrift Oerkracht mij op dit moment volledig in beslag en dat zal nog wel een tijdje gaan duren, vrees ik. Of het sterke verlangen om mijn roman af te schrijven weer terugkomt? Ja, dat denk ik wel — ik zou niet weten waarom niet! Maar alles op zijn tijd en vanuit balans. Geen gekkigheid meer, of juist wel? Ik laat me leiden door de herfst, door het besef van vergankelijkheid en tijdsdrang, door mijn waanzinnige personage September... mijn alter ego.

Zij was het, diep onder mijn eigen huid! Na deel 1 Het meisje in de koffer is ze haar eigen verhaal uitgestapt...

(wordt vervolgd)

  










  


Nieuwsbrief (januari 2017)


Een kamer voor mezelf

Twee specifieke herinneringen schoten me te binnen met betrekking tot mijn hartsverlangen te schrijven. Redelijk is dat verlangen niet, maar wel hardnekkig — een syndroom waar misschien nog wel behandeling voor mogelijk is. Namelijk door anders te kiezen. Voor liefde en mensen, bijvoorbeeld. Dat heb ik vaak gedaan en zal ik weer doen, als ik het eraan toe heb. Het gaat altijd om mensen, ook in mijn werk, dat nu voor een deel bij zes bijzondere proeflezers ligt. Een spannend project!

Je kunt je natuurlijk afvragen wat belangrijker of redelijker is: Schrijven en in een fictieve wereld verkeren of 'echt' leven; dat wil zeggen met hart en hoofd en handen in de concrete mensenwereld aanwezig zijn, sociale verplichtingen van harte aangaan, in relaties en werk duiken, vreugde vinden in het oeverloos gebabbel in verschillende talen — steeds afgestemd op de toevallige gesprekspartner, waar je op dat moment mee te maken hebt, een kind, een man, een boer, een buurvrouw, een enkele keer een goede vriend. Maar dan, in dat laatste geval, hoef je je niet af te stemmen. Bij een goede vriend mag je jezelf zijn, inclusief al je eigenaardigheden — net zoals in je eigen roman. Al vraagt het schrijven het uiterste van mij, zelf iets scheppen blijft voor mij een manier van thuiskomen.

Mijn herinneringen kwamen uit boeken, uit kleine stukjes tekst, die destijds het smeulende verlangen dagelijks en dus adequaat te schrijven in één moment tot een groot vuur deden oplaaien. Ik dacht terug aan wat ik in ergens in de jaren negentig in De vriendschap van Connie Palmen gelezen had. De hoofdpersoon nam de vrijheid zich terug te trekken. Tien jaar lang sloot zij zich op in een kamer van drie bij zes, op twee hoog, achter geblindeerde ramen, zonder krant of telefoon, tussen en met boeken. Ieder avontuur dat ze beleefde, speelde zich aldaar af. Jaloers voelde ik me toen, maar nu niet meer... Daarnaast schoot mij mijn emotionele reactie te binnen op de titel van een boekje, dat een goede vriend zo'n twaalf jaar geleden aan het lezen was. Een kamer voor jezelf van Virginia Woolf — over de vrouw en de roman. Ineens wist ik weer wat ik nodig had, wat ik al die tijd van drukke bezigheden en verantwoordelijkheden gemist had! Het heeft nog vele jaren geduurd, voordat ik mijn wens helemaal alleen te zijn met mijn onderzoekende schrijven kon vervullen. Ik stelde mij tevreden met het schrijven van brokstukken, maar daaronder woedde de onvrede. Maar het proces zette zich voort — dat moest wel, gezien de onredelijke kracht die het verlangen op de been hield. Nu is het al enige tijd zo dat ik kan zeggen dat ik een kamer voor mijzelf heb — een heel huis zelfs! Nu hoef ik niet langer in stilstaand water rond te dobberen, maar mag ik stromen als een rivier. Ik mag!

Daar voel ik me dankbaar voor.

Ik heb er op dit moment geen behoefte aan om breed uit te meten hoe de zaak er precies voor staat. Ik voel geen druk van buitenaf (meer) en geen innerlijke noodzaak dat te doen. Er moet gewoon met koele blik gewerkt worden.