Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


Een terugblik op mijn schrijven (tot aan nu) (oktober 2016)

Schrijven hoort bij mijn wezen. Op een dag ben ik ermee begonnen en het heeft een reeks van verhalen, artikelen en gedichten opgeleverd. Toen ik een puber was hielp het fervente schrijven in mijn dagboek me om mijn positie te bepalen in het leven. En nog steeds vergroot het schrijven het inzicht in mijzelf en de wereld. Door het schrijfproces aan te gaan word ik op een plezierige manier uitgedaagd mijzelf steeds te vernieuwen en houd ik mijn leven boeiend.

Margrethe

Schrijven is beweging, is vallen en opstaan. Voor wie schrijft is het noodzakelijk om zichzelf voortdurend te vernieuwen.


Transformatie (2015)

Wie storm gewend is, heeft stilte nodig
Wie klem zit, zijn longen afsluit,
wordt geroepen door lucht
Wie vecht moet de strijd staken
Wie moeilijk doet zoeke het gemak,
maar wie op gemak leunt, doe moeite
Wie rijk is zal rijkdom vinden in niets
Wie groot is formaat zoeken in eenvoud
Wie op geluk rekent valt in eigen strik
Perspectieven verdraaid, houdingen
gerelativeerd en rollen opgedoekt,
Moeilijk wordt makkelijk, krapte wordt ruim
ernst wordt humor en strijd wordt spel
Het geheim is: voor de Gehangene
gaat transformatie vanzelf!


Schrijven is spelend onderzoeken, is de werkelijkheid aftasten, zonder dat je weet wat je zult aantreffen.


De speelse geest (2015)

De speelse geest past als water
sprankelend in elk vat,
hij legt zich niet aan banden.
De speelse geest draagt vele petten
melodieën met zich mee
op het gladste ijs glijdt hij niet uit,
hij zwerft over podia, zweeft
hij zwoegt niet, maar voegt zich
naar de regels van het spel
De speelse geest danst plooibaar
regen zonnedans en elk seizoen,
hij kent alle sentimenten
en glimlacht erom
De speelse geest aanvaardt alles
zoals het is, zoals het komt
verdampt als water, lost op,
transformeert tot droom


Schrijven is vanuit het fictieve diepgaand kennismaken met nieuwe mensen... en met jezelf, met alles wat daar aan gevoelens bij komt kijken.


Voor mijn personage S. (2016)

Voordat de stroom wild water
ophield aan je strand te spelen
en de wind nog door je kruinen
lucht aan zielloze dingen gaf

Voordat een overtolligheid
aan informatie je brein bestookte
en er nog wachters aan de deur
om 't onzuivere af te weren

Voordat de overgave aan het nu
zoals in alle bladen aangeprezen
het denken nog niet aangetast
in evenwicht met voelen

Voordat je aan land kwam en het anker
de haven zich installeerde op je kust
en uitkijkposten verrezen in je brein
om de Tijdgeest te verhinderen

was je maagd met mij op blote voeten
schreven zich de woorden witregels
zich zonder meer vanzelf in 't zand


Schrijven is een moeilijk ding. Niet alleen het talent spreekt, maar ook de beperking. Een schrijver moet alleen in het veld durven te staan en de storm leren weerstaan.


De schrijver (2016)

Een schrijver is een sodemieters
ingewikkeld mens, op de nek gezeten
door koortsachtige karakters,
gestalkt door een despotisch plot,
dat na het schrijven van enkele scènes,
plots noodlottig wordt.
Liefdevol en teer heeft 't schrijvertje
bij volhoofd, de beruchte schrijversziekte,
kilometers windstilte, schaduw nodig
een eiland dwars over zijn drukke pad,
wapperende tent midden op de lapjesmarkt
om niet te gronde te gaan aan de te velen

De wereld doet hem pijn, maar kleurrijk
woont diezelfde wereld speels in hem
Een schrijver is een uitkijktoren,
spons bij nacht met vele droomgezichten.
Onzichtbaar sluipt hij als een dief,
begeeft zich op glad ijs, maar schaatsen
heeft hij niet geleerd en hij zal vallen.
Met gevaar voor eigen leven speurt hij rond
om intrigerende details in zijn net te vangen
om zich te vullen, het al van leven
te verwerken, keuze heeft hij niet...
Hij zal de lading moeten lossen op papier,
al schrijvend is hij terug bij af, volhoofd,
leeghoofd, zijn boek dat is zijn graf.


Schrijven is een solitaire bezigheid. Lang moest ik strijden om aan het alleen-willen-zijn toe te kunnen geven.


Het boshuis (2015)

in het donker zit ik
terwijl de wind zacht
met de bladeren speelt
vanzelf verstild
de ademhaling dieper
Binnen wacht
een glas wijn, het eerste
dat ik alleen zal drinken

ik denk aan alle schrijvers
die dat doen
die ploeteren met denken
en gevoel
die aan hun dromen sterven

het is alsof ik de enige ben
alsof er niemand is die
ooit van mij heeft gehoord

ik ben anoniem, hoera

het is licht in de kamer
de klok die heb ik stil gezet
de eeuwigheid is aangekomen
ik doe mijn ogen dicht



  Geboorte geven aan...

Dagboeken

Zoals menigeen ben ik in mijn puberteit begonnen met dagboeken te schrijven, de één na het andere...
Er gebeurden zoveel bizarre dingen in mijn leven, dat ik veel uit te zoeken had. Schrijven was voor mij een uitlaatklep, maar was ook een gouden gelegenheid om over het leven na te denken.
Gaandeweg nam ik mijn schriften overal mee naar toe. Ik schreef in de bus, buiten in het gras, als ik ergens logeerde en in de klas. Het anders-zijn was daarbij het fundament. Mijn uitzonderlijke jeugd blijkt achteraf een uitstekende voedingsbodem te zijn voor het schrijven.
Met het verknippen van vijftig dagboeken liet ik het therapeutische schrijven achter me.


Eerste verhalen

Toen ik op mijn zeventiende gedurende een zomer au-pair was in Zuid-Frankrijk schreef ik mijn eerste verhalen. Het gezin waarvan ik tijdelijk deel uitmaakte, vooral de vrouw des huizes, vond het geheimzinnige gedoe op mijn kamertje wel eigenaardig. Ik wist niet beter dan dat het normaal was dat als ik vrij was, ik kon doen wat ik zelf wilde, en dat deed ik. Ik heb verrukkelijk eenzame wandelingen door de bergen gemaakt en trok mij graag terug met pen en schrift. Mijn eerste verhaal Coup de Soleil speelt zich in de bergen af en gaat over het verlangen naar een andere wereld. Naderhand vond ik het een interessante ontdekking dat toen al een belangrijk thema om de hoek kwam kijken.
Het tweede verhaal volgde vlak daarop en is ontstaan tijdens een weekend in Nice. In De verdwijning spelen, net als in Coup de Soleil vervreemding en het verlangen naar een thuis, c.q. het verlangen in een groter geheel op te gaan, een rol. Later heb ik het aan een medestudent laten lezen en hij was de eerste die enthousiast was. Laaiend zelfs, wat mij verwonderde - ik was er nog niet aan gewend zoiets met een ander te delen. Hij was een tragi-komische romanticus met lang en onhandelbaar rood haar, speelde geëxalteerd piano, luisterde naar de bombarie van Gustav Mahler, was verslaafd aan literatuur en had er een abominabel karwei aan om los te komen van zijn religieuze achtergrond - net als ik. Hoewel ik nog maar een groentje was, herkende ik mij in zijn passie.


Roman

Al gauw begon ik aan een roman, waar ik, veel te jong getrouwd, vanwege de kinderen en een zieke man, halverwege mee stopte. Het ging over een studente aan het conservatorium die ik Leone had genoemd, 'leeuw'; een jonge vrouw die de schaamte voorbij was, of mogelijk zelfs niet gekend had, en overal impulsief en totaal inging. Anders dan mijn huidige hoofdpersoon was Leone extravert, aards en zinnelijk, een beetje ruig wel. Maar ze had, net als September Dekort uit mijn huidige roman, moeite met mensen die zichzelf niet toonden. Leugenaars waren dat en morele lafaards! Ik vind het opvallend dat ik in die eerste periode veel concreter schreef dan later het geval was. Als een boemerang ben ik echter terug- gekeerd naar een meer concrete schrijfstijl...


Een citaat uit de eerste roman:
Als ze is uitgespeeld, legt ze haar hoofd op haar schouder. In stilte trilt het genot in haar na. Voorzichtig zoekt Max haar ogen. Leone laat haar blik loom over zijn gezicht glijden. Met haar hand zoekt ze de ring om haar vinger om er even mee te spelen. Dan kijkt ze Max bezwerend aan. Haar mond ligt als een dun scheepje verankerd in haar gezicht. Zonder geluid verplaatst Max zich in haar richting. Hij legt zijn hoofd in haar schoot. Zachtjes streelt Leone zijn gezicht. Haar vingers strelen zijn slapen en glijden zoekend door zijn haren, speurend naar de vorm van zijn schedel - die ondoordringbare omheining van zijn zielenleven. De geest is alleen iets van het hoofd, denkt Leone. De reflecties van een mens spelen zich af in de donkere kamer van de hersenpan, een lichamelijke aangelegenheid die lichamelijke gevoelens oproept. Overweldigend soms. Ze vraagt zich af waarom die donkere kamer zich als zee van ruimte voordoet, als enige vrijheid, als drager van geluk en misère. De ideeën zijn zo weinig tastbaar, de dromen zo teer. Als de gedachten verder golven, overspoelen zij de gedroomde wereld en worden de primitieve verlangens van een mens gewist, zoals de naam die je op het strand schreef, toen je verliefd was.


Gek

Een belangrijke herinnering voor mij is het moment dat ik een keer thuiskwam en dat iedereen voor mij moest wijken, omdat ik per se moest schrijven en wel direct! Daar begreep mijn toenmalige echtgenoot niets van - hij voelde zich gigantisch in de maling genomen! Later hoorde ik van een tante een verhaal over mijn vader, dat eraan deed denken. Als mijn vader als jongeling aan het dichten sloeg, hoefde hij niet af te wassen van zijn moeder, en als iemand hem tijdens zijn bezigheden stoorde, schreeuwde hij het uit van ergernis. Ach, mijn arm tantetje, net als mijn echtgenoot was zij het slachtoffer van deze koortachtige aanvallen!
Maar wat mij betreft: Heerlijk, die inspiratieaanvallen! Of ze gezond zijn weet ik niet, maar het voelt wel zo. Het nadeel is alleen dat het moet! Vaak heb ik aanvallen van inspiratie gehad op momenten dat ik er niet aan toe kon geven... dat is net zoiets als dat je een fontein moet inhouden en voelde pas echt heel ongezond. Ik geloof dat als het te vaak gebeurt, een mens er ziek van kan worden.


Abstracte verhalen

Na verloop van tijd ging ik abstracte verhalen schrijven. Ik noemde ze 'cirkelverhalen'. De verhalen draaiden steeds om twee verschillende personen, vaak een man en een vrouw. Een doener en een denker. Een vederlicht karakter en een zwaar depressief type. Een manipulator en een gemanipuleerde. Adam en Eva. Steeds draait de één om de ander heen. In deze verhalen onderzoek ik relaties. Ik kijk hoe eigenschappen in elkaar haken en hoe het ondanks verschillen toch mogelijk is dat twee mensen elkaar vinden. Deze verhalen waren bruikbaar voor privé-doeleinden. Ik vind ze nog steeds interessant, maar ze zijn niet erg toegankelijk voor een groter publiek. Een overeenkomst met mijn huidige schrijven is het schrijven vanuit tegenstellingen.

Een citaat:
Adam loopt om de vrouw heen. De vrouw is een raadsel. Ze staat aan de rand van de cirkel en kijkt naar links. Terwijl hij om haar heenloopt, stelt hij zichzelf vragen. Soms, aan de oostkant van de cirkel, blikt hij naar rechts, om haar gezicht in zich op te nemen. Hij weet niet waarom zij steeds naar het oosten kijkt. Misschien wacht ze op het moment dat de zon opkomt. Het is nacht in het paradijs. Met zijn ogen op gleufjes gluurt hij naar haar. Misschien is er iets aan de contouren van haar lichaam te zien, dat hem informatie kan geven. Hij wil haar aanraken, haar uitersten, omdat hij meent dat hij daar een begin van doorbraak kan maken. Hij inventariseert of er überhaupt van een opening sprake is, of zij al in staat is de stap van nacht naar dag te maken.
Als een beeld staat Eva aan de poort van haar paradijs en kijkt aarzelend naar buiten. Ze vindt het plezierig dat het nog schemert daarginds en dat de geboorte van de dag nog even op zich laat wachten.


Leerscholen

Gedurende de PABO voor volwassenen ben ik begonnen met beschouwende teksten. Werkstukken leenden zich voor mijn doel om verschillende aspecten van het leven grondig te onderzoeken. Zo kwam mijn levensbeschouwing ruimschoots aan bod en gaf ik mij voor 100 % als het om kunstbeschouwingen ging. Een juffie ben ik nooit geworden, teveel systeem, maar het eigengereide schrijven van mijn werkstukken heeft me veel gebracht. Toen ik later een rubriek startte in literair-cultureel tijdschrift Schoon Schip heeft dit zich voortgezet. Door middel van Wassily's Frisbee heb ik me in een periode van 4,5 jaar in filosofische en spirituele onderwerpen verdiept, kunstenaars geïnterviewd en artikelen geschreven. Naast de PABO was Wassily's Frisbee voor mij een goede schrijfschool. Door zelf elk kwartaal bijdragen te leveren en door inzendingen (gedichten, verhalen, essays) te selecteren en te redigeren heb ik veel geleerd. Ach, als het om redactiewerk en feedback ging, was ik meer dan eens een pietlut, denk ik achteraf. Hoewel ik in deze periode nauwelijks aan mijn eigen roman toekwam, heb ik anderen toch handvatten kunnen aanreiken, en daarmee ook mijzelf.


Gedichten

Vanaf 2011 ben ik pas gaan dichten. Daarvoor ook wel, maar weinig, zo één gedicht per jaar. Het kwam in een versnelling omdat er een dichtmaatje op mijn pad kwam. Wij correspondeerden zo'n beetje dagelijks via de mail en gedichten. Die gedichten waren een bruikbaar medium om mooie gevoelens te delen, en op zijn tijd ook kritiek. Aanvankelijk schreef ik hele lappen gedicht, woord na woord en zin na zin stroomden ze het scherm op. Het vuur was brandende en poëtisch van aard.
Ik heb niet voor ogen om professioneel gedichten te schrijven en ben er ook niet op uit om op te treden. Toch heb ik inmiddels honderden gedichten geschreven. Ik schrijf ze tussen de bedrijven door en ze helpen me op een andere manier dan mijn dagboeken vroeger om in contact met mijzelf te blijven. Ik vind het fantastisch dat er op zijn tijd 'zomaar' gedichten ontstaan. Twee keer heb ik inmiddels opgetreden voor een klein publiek. En een paar keer is mij om een gedicht gevraagd ter publicatie op het internet. Toevallige zaken, maar mooie ervaringen.


De Roman

In 2009 ben ik met mijn huidige roman begonnen. Ik begon zo:

Mijn moeder vertelde ooit dat als mijn vader vroeger 's morgens wegging, ik met mijn beer achter hem aansjokte tot in de hal en pertinent weigerde zijn broekspijp los te laten. Ze vertelde dat ik luidkeels begon te schreeuwen, als hij mijn vingertjes los peuterde. Ik heet September, omdat mijn vader van de nazomer hield, vooral vanwege het zachte licht dat rond deze tijd als een vriendelijke deken over de aarde ligt. Hij hield van de rode en gele bladeren, die voor de laatste keer het leven bezongen. Maar het meest hield hij van de paarse beuken.
Mijn vader was te romantisch voor deze wereld, zei mijn moeder. Zij benaderde de wereld niet vanuit haar buik, maar vanuit haar hoofd. Zowel mijn vader als mijn moeder hielden elk van hun eigen beperking, hun eigen drama.

Hoe mijn roman nu, anno 2016 begint, is nog strikt geheim! Wel kan ik na zoveel jaar zeggen dat ik een heel schrijfproces achter de rug heb en een eigen visie heb ontwikkeld. Wat ik vooral heb geleerd is om meer rekening te houden met een lezerspubliek. Een concrete verandering die ik in de roman heb doorgevoerd is verandering van perspectief. Van eerste persoon ben ik op de derde persoon overgegaan en weer later koos ik voor meervoudig perspectief. Daardoor heb ik veel meer mogelijkheden gekregen. Personages kunnen nu ook een mening over elkaar hebben, zonder dat ze dat van elkaar weten.


Meewaaien, een korte samenvatting

De ontwikkelings- c.q. ideeënroman Meewaaien, of de dood van het binnenbuitenkind bestaat uit drie delen en telt tussen de 400 en 600 bladzijden. De titel staat nog niet vast.

Meewaaien is een bonte roman over de dromen en dwaalwegen van de menselijke geest, die identiteit op lossen schroeven zet. De spelende mens op zoek naar zichzelf en liefde in de wirwar van krachten die op hem inwerken.

Deel 1 Het meisje in de koffer

Een gevoelig en fantasierijk meisje probeert te ontsnappen aan de extreme denkbeelden van haar moeder en het isolement waarin het gezin zich bevindt, waarbij zij op het beeld van haar overleden vader steunt en op mensen afgaat die aan hem doen denken. Het meisje in de koffer gaat over het leven als verlieskunde, over het conflict tussen natuur en cultuur, over gevoelens van afkeer en vervreemding, 'anders zijn' en het verlangen ergens bij te horen.

Deel 2 Witte vogels

In de overtuiging dat experiment de enige methode is om aan haar positie te ontsnappen, belandt de nu jong volwassen September Dekort in allerlei situaties, waarbij zij zichzelf leert kennen, maar ook steeds meer kwijtraakt. Witte vogels gaat over de inmenging in het theater des levens en de zoektocht naar authenticiteit, over zin en waanzin, over landen en wegdrijven, over dans, creativiteit en liefde, waarbij het beeld van Septembers vader tot op het laatst met de haar meereist.

Deel 3

Ik heb globale ideeën als het om deel 3 gaat, maar het is nog te vroeg om hier iets over te zeggen.