Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


Gedichten, Margrethe Venema,  (2016-2017)


Thema: De wegen die we (niet) gaan   (augustus 2017)

Voor mij staan onderstaande gedichten in het teken van de wegen die we wel of niet gaan. Kiezen of niet kiezen om vorm te worden, daar gaat het wat mij betreft om. En in hoeverre je je wel of niet een identiteit wilt aanmeten. Is identiteit niet altijd iets kunstmatigs?

Hoewel ik overal patronen en perversies zie, alsof ik daar speciale voelsprieten voor heb ontwikkeld, voel ik me niet langer aangewezen anderen daarop te wijzen. Dit heb ik meerdere keren gedaan en ik ben wel eens geneigd daarin te ver te gaan. Pas op de plaats dus.
Met betrekking tot mijzelf kan ik zeggen dat ik niet veel anders dan de meeste mensen ben en dat ik ondanks mijn bewustzijn vaak onwillig ben om daadwerkelijk 'mijn eigen weg te gaan'. Toch kom ik niet onder mijzelf uit. Iets in mij is sterker dan al mijn onwil, angst en patronen bij elkaar, iets wil losbreken en vrij zijn. Als het wakker wordt gaat het eerst om zich heen slaan om zich van onzuiverheid te bevrijden. Dan, als de frustratie uit mijn lijf is, wordt het stil in mij en kan ik mezelf weer recht in de ogen kijken. Met het losrukken van verwachtingen van anderen/het oneigenlijke externe geweten, komt mijn eigen weg vrij. En of dat dan een pretje is? Ja en nee.
Het is niet per se de makkelijkste weg. Mijn weg is speciaal, maar smal, het is in de eerste instantie de weg van een eenling. Zo'n eenzaam pad dat hoog de bergen invoert, ver van de betoverde wereld vandaan. Toch is het ook een bekende weg. Voor mij betekent mijn eigen weg gaan op dit moment 'teruggaan' naar wie ik eerder in mijn leven ook al was.

In onderstaande gedichten vormen mijn verlangen vrij te zijn van patronen en langere tijd alleen te zijn, een achtergrond.
Sinds het boek De stilte van het licht van Joost Zwagerman noem ik dit 'het verlangen te verdwijnen' en ik geloof dat wij op vele manieren kunnen verdwijnen; in dromerij, maar ook in allerlei 'valse gedragingen' en in 'met ons vergroeide patronen'. De mooiste manier om ergens in te verdwijnen, en dan zonder jezelf te verliezen, vind ik creativiteit.
Ergens in verdwijnen kent vele vormen, zowel destructieve als constructieve. In het laatste gedicht van deze serie herdenk ik Joost Zwagerman, die ervoor koos om helemaal uit beeld te verdwijnen. Van alle verdwijnpunten is de Dood het meest drastisch, maar heel bruikbaar als metafoor en in zekere zin als kader van bewustzijn.

De clown  (juli 2016)

Eens zal hij naar buiten treden,
zonder schaamte het theater
van innemendheid voorbij.
Hij buigt zich al een beetje
naar de andere wereld over.
Vrij van binnen, maar onvrij-
een mens is nooit volledig
als hij zich begrenst van binnen.
Als hij introvert en opgesloten
rond blijft hangen in een droom,
zal zijn licht nooit schijnen,
zelfs al zijn de schijnwerpers
gericht op hem.

Hij is de clown van buiten,
die met een traan schaterlacht
van plezier om alles
wat zich aandient op zijn pad-
op het kruispunt waar hij
bij zichzelf stilstaat om te rouwen
is er niemand die hem kent.

Het was nacht, de pijn doordrong
de hele winter zijn bestaan
en deed de grond onder zijn
wankelbare voeten trillen.

Maar de dag is aangebroken-
hij waagde het uiteindelijk,
stapte zwaar mismoedig
stuntelend van het podium af.

Toen begon hij van binnenuit
tranen te stromen en viel ineens
zijn wapenuitrusting af.

De mensen klapten niet langer
vol bravoure in een handen,
maar bogen stil hun hoofd-

en zo verwelkomden zij hem
als gelijke in hun midden.




Een wegwijzer, net een knuffelbeertje


Een cruciaal moment (1)  (juni 2016)

Door een cruciaal punt gaan,
het kruispunt oversteken,
de smalle weg links kiezen, woest,
omhoog omlaag door eindeloze leegte,
vervuld van het niets, omweg
die ver van de wereld vandaan voert
om ernaar terug te keren op een dag.
Omhoog omlaag door berg en dal
ontmoet ik mezelf in verbinding
met hen die me voorgingen,
op weg naar hun andere helft.


Dualiteit  (juni 2016)

Oude patronen kleven mij aan als vodden,
het is geen gezicht-
Ik sta er als armoedzaaier bij,
terwijl ik zo'n rijkdom voel van binnen.

Mijn hart wil zoveel meer dan dat koelbloedig hoofd,
dat alles onder controle heeft.
Zo te zien ga ik gekleed, maar ik ben naakt van binnen.

Ooit verloor ik iedere dag mijn hoofd in woorden,
kwijt als ik mij was vond ik mijzelf in knielen terug.
Je gelooft het niet maar woorden helen-

je spreekt ze uit en laat ze gaan,
ze lossen op in mist,

de horizon heldert op in stilte.


De wegen die we gaan  (maart 2015)

Oerwegen beschut
hangen als wasgoed
in wijds land op te drogen-
hun verloop onpeilbaar,
waaien zij bochtig
alle kanten op,
ineengedrongen,
tot op hun bodem grillig
weggeteerd door wind,
onvindbaar om ons mensen,
stofjes, rond te laten dwalen,
zijn ze opgenomen
in het land van steen en wind.
Stap voor stap gaan we
om ergens uit te kome-
Wij blinde wandelaars
herkennen het pad niet,
slechts sporen rood en wit
die vreemde wezens
op twee poten eens
met zorg op stenen verfden.
Wij waren al oereeuwen
lang geleden aangekomen
en zijn steeds opnieuw op weg,
in het lied van rots, verweer
en tere lentebloemen
zoeken onze voeten plek.


Wegen die we gaan


Net een vorm teveel  (oktober 2016)

De zon schijnt en
geeft de bladeren die
klaar zijn om te vallen kleur.
De aarde bereidt zich voor
hen terug te nemen.

We trekken ons terug uit zomer,
vinden onszelf in leegte terug
om in de schoot van lente nieuw geboren
vorm te worden als weleer.

Het leven trekt zijn sporen
zonder ze te laten staan,
seizoenen golven
aan ons wezen voorbij.

Wij staan op in vormen
om te verdwijnen op een dag.

Vormen vervagen,
lijnen lossen op in kleur-
wat achterblijft zijn wij,
lichaamsloos tevreden,
zielsverbonden met elkaar-

wij waren net een vorm te veel.

Een jurk van taal  (augustus 2017)

De stroom in volle vaart
haalt delen beneden van haar in.
Ze weet niet waar ze is in kolken-
schaduwen van licht nemen haar mee,
ze vaart op golven.

De stroom draalt zo zacht,
ze voelt het nauwelijks bewegen.
Het water cirkelt om de steen in de rivier,
blijft troebel in een gootje liggen.
De vis is dood en woorden zwijgen.

De stroom en dat alles verandert,
elke tel bewust te zijn
is voor een mens teveel, zij is niet
gemaakt om in de afgrond
van helderweten te verzuipen.

De stroom gaat aan haar voorbij,
haar lichaam aangespoeld op land, nat
zal de zon haar naakt verwarmen,
verpulveren tot zand – ze is niet
en nooit geweest, zal ook niet worden,

tenzij niets gelijk aan alles is, en zij
vervloeien vervliegen mag in woorden,
ze is heus alles, behalve wat verondersteld,
behalve mens, rauw vlees, een jurk van taal
omlijnt nog net haar wezen.



Doorkijkje, het beloofde land, onbereikbaar


Krishnamurti  (juli 2016)

Voor hem gold zijn verhaal niet meer
al was hij er zelf uit voortgekomen.
Voor hem golden geen ouders,
geen dochters en geen zonen,
geen vrouwen en geen vrienden,
geen regels meer, hij was niemand meer-
onthecht had hij alles wat hij eens was
en wie daarbij hoorden afgelegd,
om als ongrijpbaar water te kunnen stromen,
zich uit te kunnen gieten in duizend vormen
met een lach.

Uitgeleerd was hij zichzelf niet meer
en toch ten maximale scherp.
Hij viel niet samen met zijn vele woorden,
met theorieën, opgetekend door anderen,
hij immers was niemand meer en iedereen,
vol ledig op zichzelf teruggeworpen,
diep eenzaam en even diep verbonden.

  


Plezier in de klim, (ont)spanning

Zolang het kan   (maart 2017)

Wij cirkelen zo graag rond
in ons ei zonder op te breken,
tot op een dag de oerknal,
wij gedwongen worden
tot geboorte van onszelf.

We rapen onszelf samen
tot iets wat nog niet bestond.

Zolang bezieling stormt
scheppen wij de Sisyphussen
en syrenen die wijzelf zijn.

Zolang wij niet ondergaan,
mythen wij voort.

Hypomanie  (juli 2016)

ze is prettig gestoord
zonder het zelf te weten
zij heeft haar euforie
niet in de hand, is de tijd
die voor blijheid staat vergeten

ze vindt het prettig en
sommigen profiteren
van haar blijheid mee-
zij laat zich drijven
en anderen drijven
op haar golven mee

ze kan gelukkig
als de beste
wegvallen om in rust
te ontwaken op een yogamat
met glimlach van oor tot oor
om zich te beschermen

ze kan haar grens
en nog net op tijd
en klokslag twaalf gaan slapen
zodat de schaduwzijde
van haar stemming
haar ontwijkt

al laat ze zich dan los
ze heeft zichzelf
nog in de hand
op haar vierkante meter

De maatschappij,  (april 2016)

Het logge dier ligt alle kanten op,
het rekt zich uit en slaapt verder
In zijn vacht dansen de luizen,
de horizon daagt, zij vieren feest
en het luie dier krabt zich eens.


Een cruciaal moment (2)  (juni 2016)

Een moment staat op de drempel stil
in een altoos durend nu voor gesloten deur.
Toekomst kwijnt klagend, laat niets van zich weten,
zich verhullend wacht hij op een teken.

Ik mijmer tot ik een ons weeg,
draag verlangen bij me in de deurklink -
het uitstel van executie wordt steeds lichter,
impulsen werken, maar negeren de clou.

Voordat de tijd in de dood wegglijdt,
rekt het moment zich lichtvoetig uit,
wordt lichtekooi om opties uit te schakelen .

Soms duurt kiezen een leven lang,
verduurt een moment de eeuwigheid
staat het leven stil.

Ik heb je lief zoals je eens was  (oktober 2016)

Ik heb je lief zoals je eens was,
zoals wij eens kinderen waren
en dansten onze liefdesdans.

Ik had je lief
toen je nog onschuldig was.

Wegen die we gaan



Lach en traan   (november 2016)

Ik brak per ongeluk door een schild,
dook bij een ander diep naar binnen.
Plots kreeg de passant een waar gezicht,
zo anders eerlijk, zacht en teer,
dat ik me een hoedje schrok.
De andere kant van de medaille,
zoals mensen diep van binnen mens,
meer dan een zwart-wit typetje zijn.

Het schild was mooi, plezierig,
met charmante grappen opgesierd.
Je weet nooit hoe diep de diepte
achter oppervlakte zich verschuilt,
hoe we ons graag laten intimideren
door clownerie en ridderspel,
maar vooral hoe, als het erop aankomt,
lach en traan, licht en donker
met elkaar verbonden zijn.

Tijd om terug te gaan  (juni 2016)

Het is tijd om van de oude dag
afscheid te nemen, de nacht.
Ik trek mij uit, was mij schoon-
een nieuwe dag begint in wankel licht,
het is koud maar vogels zingen.

Rechts van mij begint herkenbaar
het pad door de woestijn,
na zo lange tijd ontheemd door mensen
ben ik bereid om met mij mee te gaan,
balancerend op de rand van het bestaan.

Ik ga niet heen, maar terug naar huis,
ik zal ook Roberto nieuw ontmoeten,

en liggen in het gras met bloemen.

Grenzen wachten op moed  (juli 2016)

Wie zichzelf tegenhoudt
verandert niet-
grenzen wachten op moed
om in niets op te lossen.

Loslaten vervijfvoudigt energie-
Zonder angst

gaat alles vanzelf
beschermd door goden
omvat door alles niets-

de ruimte die te krap was
om te ademen
is in werkelijkheid
onmeetbaar groot.


Cy Twombly  (april 2016)

Hoe ragfijn te worden, doorzichtig als een gordijn
waaiend in de wind, alleen de geest raakt aan,
zo maagdelijk ooit als lang geleden, toen de
lepanto's nog puntig op zee voeren en Leandro
omwille van zijn lief in zee verdronk.
Is liefde iets van heilig pijl en boog om het hart
ongrijpbaar te raken op een plek in oceaan,
waar water wonden bedekt in eindeloze golven,
agressie in schoonheid stil verstomt?
Is het zo dat mythes de liefde nog steeds dragen?
Het gekras van Cy, zijn smeekgebeden,
Kunst en erotiek "la meme chose", Picasso a dit.
Leda legt eieren tot de tijd verstomt.


Bescherming  (april 2017)

Zijn er mensen
die elkaar onvoorwaardelijk beschermen,
elkaar laten in hun eigen kwetsbaar zijn
zonder elkaar overhoop te halen?

Zijn er mensen die elkaar stutten,
elkaar de hand aanreiken als zij vallen,
zich niet aan elkaar vergrijpen,
maar met een glimlach om de mond?

Zijn er mensen
die elkaar echt kennen, of is alles farce?

Of zijn het engelen die ons onzichtbaar dragen,
ons op zijn tijd een zetje geven zodat

De stilte van het licht, in memoriam  (januari 2016)

Ik herken mij in de stilte,
geheimzinnig verborgen
in het hart van het lawaai,
waar samengebalde kleuren
stoppen kleur te zijn en vormen
elk moment uiteenvallen.
Onzichtbaar voor ogen,
egaal zwart als Malevich' vlak
diep bezonken als Rothko's rood,
waarvoor ik zonder ik te zijn en kalm,
uren dagen jaren dralen zal,
om die deur van verstild licht,
die deur waardoor kunstenaars,
schrijvers en andere acteurs
opgaan in hun groots toneel-
aan alles zit twee zijden.

En dan inderdaad, zoals Joost,
die na uren dagen jaren dralen,
de dood boven leven verkoos.
Met bloedrode gedachten,
verkoold hart herdenk ik hem en
“De stilte van het licht”
Postuum heb ik hem lief,
zonder mezelf eenvoudig-
ik volg hem, maar ik volg hem niet.



Dichtbij de blauwe hemel