Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


Gedichten, Margrethe Venema, Kwetsbaar 2   (2012-2017)

Anders zijn, vrijheid en onvrijheid

Aanvankelijk beoogde ik gedichten te verzamelen die ik vanuit een kritische blik geschreven had. Ik dacht dat het tijd werd om kleur te bekennen. 'Bekentenissen' leek mij wel een goede titel voor deze pagina. Ik heb mij beperkt in deze.
Dat wil zeggen dat ik de meest aanvallende gedichten achterwege gelaten heb en een paar vriendelijke gedichten heb toegevoegd. Een mens, en ik ook, streeft doorgaans naar goede verhoudingen met anderen. Ik zoek een manier waarop ik me, zonder mijzelf in de vingers te snijden, tot de maatschappij kan verhouden, en vooral tot de maatschappij, hoe deze zich in losse individuen, waar ik mee te maken heb, manifesteert. De maatschappij is geen abstractum, maar heel dichtbij. Ieder van ons is door zijn regels besmet, maar niet veel mensen hebben door hoe ze precies beïnvloed zijn/worden en hoe verstrekkend de gevolgen daarvan zijn. Dit geldt in mijn ogen ook voor de kijk op mannen en vrouwen, op hoe zij zogenaamd 'horen te zijn', wat zich manifesteert in stringente verwachtingen die overal in de lucht hangen, alsook in de grote waarde die men tegenwoordig aan intieme relaties toekent, alsof het daar allemaal omdraait en alsof het onmogelijk is om zonder relatie gelukkig te zijn - ik denk wel eens dat de nadruk meer op relaties is komen te liggen door het uiteenvallen van de maatschappij en het wegvallen van sociale constructies, waarbij men zich meer op het algemeen belang richtte dan op zichzelf. Op zichzelf is er niets mis mee om op te gaan in een enkele relatie, op zijn hoogst misschien wat beperkt.
Hoe dan ook is het voor mij als schrijver, want zo zie ik mijzelf, uiterst vermoeiend, ineffectief en demotiverend om mij steeds te moeten aanpassen. Ik ervaar dat dit mij van mijzelf afhoudt en mijn creativiteit aan banden legt, of zelfs doodt.
Uit de toegevoegde foto's kun je opmaken dat ik moeite heb met verwachtingen van hoe ik bijvoorbeeld als vrouw zou moeten zijn. Ik heb een andere definitie van vrouwelijkheid dan wat normaal als vrouwelijk doorgaat. Ik meen onder anderen dat vrouwen zich (dus) veel te veel en vaak aanpassen en dat dit hun belemmert om zichzelf volledig en vrij te ontwikkelen. (Voor een deel is dit hormonaal, helaas, maar daar valt best iets aan te doen...) Vrijheid leerde ik zelf vooral van mannen, en dan niet van zomaar mannen. Want de gemiddelde mens, man of vrouw, is in mijn ogen in hoge mate onvrij. En zelf ben ik ook nog steeds niet zo vrij als ik zou kunnen zijn. Maar het is een streven en een richting.
Dealniettemin voelen mijn verlangens naar vrijheid en de bijbehorende acties en dichtsels als als zaken die er niet mogen zijn en in die zin voel ik mij bijna schuldig en in ieder geval kwetsbaar. Het is blijkbaar nog steeds niet vanzelfsprekend dat een mens zichzelf is of wil zijn. Er gaat een soort dreiging van 'het nemen van vrijheid' uit, wat precies de reden is dat veel mensen liever onvrij blijven. Onvrij, maar dan wel in het warme bad van het bekende... Kritische gedichten van mij die ik op Facebook plaats krijgen dan ook niet zoveel likes als de andere, meer gematigde gedichten. Dit bewijst voor mij dat mensen moeite hebben met bepaalde thema's, al herkennen ze zich er tegelijk ook in... want al wil men er niet echt aan, wie onvrij is, weet dat heus wel van zichzelf...

Dat ene moment dat ik werd aangeraakt  (juli 2012)

Als je Het labyrint der eenzaamheid,
van Octavio Paz gelezen hebt
en je loopt langzaam mijmerend
over het centraal station van Amsterdam,
je ziet slechts droevige gezichten,
gekreukte enkelingen
met koffers als kluizen in hun hand -
hun geest strak verscholen
in een duistere plooi van het bestaan,
oh, als je door gesloten ogen kijkt
word je vanzelf wee van binnen:
Ik hoor mezelf in stilte gillen
misschien mompelen er meer, denk ik
schreeuwen allen geruisloos met mij
in een reusachtig eenmanskoor -
of horen alleen mijn oren
de onzichtbare tranen vallen
tussen de sporen die wij achterlaten?

Er was vandaag één jong blakend gezicht
met open ogen op het perron,
een scherpschuttersblik dwars door me heen,
ik lachte gul en leefde merkbaar op.
Dat is precies genoeg geluk voor één dag,
dacht ik en lachte luidkeels tevreden -
een klein beetje waanzinnig was dat,
maar algauw glimlachte verbaasd verlegen
een chique dame vanachter haar schoudertas,
een oude gerimpelde man met stok knikte
tegemoetkomend om het pleziertje van zijn dag,
en steeds meer open ogen kregen glans,
keken me verrast met grote levensvragen aan
Toen merkte ik Octavio Paz dat open
alles anders was, dankzij dat ene moment dat
ik werd aangeraakt door horizon, en dan daar
nog bovenop stuurde de Hemel mij, ons allemaal
zonneschijn voor niets, een dubbel geluk was dat,
en zo verwonderlijk dat dat toverlicht
juist toen wij de ogen wilden sluiten, door zo'n
kiertje van het smerig dak naar binnen piepte -
een regenboog van licht sierde toen het perron,
Zo anders naakt was ik toen de wereld openbrak
dat heel de menigte zonder het te weten
dwars door mij heen zwalkte,
en ik bevolkt werd als mijn eigen vaderland.


De buitenkant, gedraag je!

Verwachtingspatroon  (december 2015)

Ik ben vol dwaze dingen,
weet me geen raad met mezelf.
Ach, het is ook wel grappig-
voor mij, voor mij
maar niet voor jou, helaas.

Ach,
paste ik maar als gegoten
in het verwachtingspatroon,
droeg ik zoete jurkjes
met een glimlach die
paste bij de bloemetjes
van het behang -
dan zou alles zeker
van een leien dakje gaan,
geen wispelturigheid meer
in mijn geest, geen opstand,
maar vrolijk opgewekt
en zonder zorgen -
zoet geurde ik naar bloemen,
kreukvrij was ik als de muur zelf
ten dode opgeschreven.


De vrijheid van de danser  (december 2015)

Geen goed- of afkeuring,
in- op- of aanvulling.
Geen beelden vastgezet
op het netvlies van hoop,
geen verwachtingen,
geen behaag en geen spel,
geen verleiding, dank u wel.
Geen manipulatie,
geen richtingaanwijzer
van zus of zo,
geen goedbedoeld advies
of sturend compliment,
dank u, dank u wel.
Geen oordelen, verlangen
naar hoe het eens was
of ooit zal zijn -
Geen hoogtepunten en
geen dieptepunten meer,
maar creatieve energie,
tijdloze dans
over een leeg vlak.

Verwachtingen  (december 2015)

verwachtingen
vervuilen
vrijheid

neem terug de hoop
neem terug je vangnet
deze vlinder zal vliegen


Ervoor of erachter, het een of het ander...

De consequenties van het kijken naar bloemen   (2015-2016)

Het nu en nietsdoen in het bos,
de zon schijnt en de vogels hippen
door de tuin die bos is, niet van mensen.
Ik volg het licht en of het de akelei raakt,
paars en wit, die ik in halfschaduw plantte.
Trillend als de wind, geruis van naalden,
heb ik als God hun plekje vastgesteld.
Ik wacht af hoe ze het zullen doen,
wat het lot hen brengt in zon en schaduw,
maar bloemen denken niet aan winter.

Kijken naar bloemen heeft consequenties,
men zegt dat daar waar het wringt,
kunst en literatuur beginnen,
maar de bomen ondergedompeld in licht,
de bloemen vogels die waarachtig zingen,
de paarse en witte akelei weten van niets.
Als ik romanschrijf maak ik mij schuldig,
getuig ik van pijn, maar leef ik niet.
Schrijven, meebouwen steen voor steen,
brengt me in conflict met bloemen.

Het nu en nietsdoen in het bos lost alles op,
er is geen reden, geen aandrang meer,
tegemoet te komen aan het menselijk tekort.
Cultuurfanaten zoeken zich suf als ik,
in kunst en literatuur, in dadendrang,
zonder ooit het paradijs te vinden.
Oh, als je op het podium je spel wilt spelen,
je uitdrukken om antwoord te geven,
sluit dan je ogen voor wiegende bomen,
sluit dan je oren voor het ruisen van de wind.

Voor mijn personage S.  (februari 2016)

Voordat de stroom wild water
ophield aan je strand te spelen
en de wind nog door je kruinen
lucht aan zielloze dingen gaf

Voordat een overtolligheid
aan informatie je brein bestookte
en er nog wachters aan de deur
om 't onzuivere af te weren

Voordat de overgave aan het nu
zoals in alle bladen aangeprezen,
het denken nog niet aangetast
in evenwicht met voelen

Voordat de wereld je bezocht
door poriën heen je huis vermengde,
dreef je als een onzichtbaar eiland
verbonden onder water aan input voorbij

Voordat je aan land kwam en het anker,
de haven zich installeerde op je kust
en uitkijkposten verrezen in je brein
om de Tijdgeest te verhinderen

was je maagd met mij op blote voeten
schreven zich de woorden witregels
zich zonder meer vanzelf in 't zand


Twijfel bij het opmaken, wat maakt echt gelukkig?


Het vertrek  (mei 2016)

De auto's glijden onverzettelijk
van links naar rechts
over de weg tot in eindeloze verten.
Mijn zus wacht onverplaatsbaar
op haar einde in haar stoel,
op wielen die niet willen rijden.
De donkere vrouw uit Curaçao
lacht al haar ogen bloot, al moet zij
om de dag naar dialyse, omdat,
omdat haar nieren het niet doen.
De jongen met het goede hart
blijft zichzelf ondertussen
aan de haren trekken uit het moeras,
en zo ben ik veel verhalen verder.
Als ik aan iedereen tegemoetgekomen,
blijkt mijn huis er nog te staan
en mijn sleutel het nog steeds te doen-
ik ga naar binnen, schrijf een gedicht
en verricht de laatste handelingen.
Nog twee dagen dan zal ik het huis
met al zijn veiligheid verlaten,
zal de stad zal onder mij verdwijnen.
Ik vertrek nog verder dan de
auto's in hun rouwstoet reiken,
naar een land hier ver vandaan
waar even niets meer hoeft.

Verbondenheid  (juni 2017)

De mensen roesten vast in hokjes,
klonteren samen in een groepjeskerk,
een school vissen, zonder te geloven
zoals wij vroeger pepermuntjes
vraten in de kerk -

behalve jij – je wrikte je los
ongelovig open, ik zie je verbaasd aan
en open en hoe je anders volkomen,
vrij volkomen anders bent – je hoeft
er niet eens de moed voor bijeen te rapen.

Jij bent verbonden meest alleen.

  


In het land van hekken en afrasteringen

Alleen zijn  (februari 2017)

te meer mijn eigen ritme me omhelst
te meer ik stroom

vanzelf komt in geduld
wat komen moet
dwars door de wirwar van dingen
tegen de grote stroom in

de essentie sijpelt standvastig
door het netwerk van verplichtingen

ik verzamel druppels
van mijn eigen waarheid

die ik aan woorden spendeer


Valse beloften  (oktober 2016)

Het bibbert in mijn binnenste,
geen laag van sedimenten heb ik afgezet.
Bang om alleen te zijn te blijven
heb ik mij leeg geschraapt
om mij onderworpen te vullen
met vertelsels, sociaal gedrag.

De populieren schudden
voor mijn raam hun bladeren uit,
bezingen iets wat ik verloren ben.
Naakt wil ik mijn wezen niet bekleden,
voor jou doen alsof ik deel
van opgeklopte zomer ben.

De stad wacht in volle glorie-
in valse beloften ondergedompeld
eten mensen klaargestoomd pakketjes
opsmuk met geërodeerde room
en voorgeschreven wet
om opgelicht erbij te horen.

Het is logisch dat de bladeren schudden
van het lachen om mijn aangepaste ik.
Het bibbert in mijn binnenste,
zelfs mijzelf bezit ik niet, ik geef mij
getergd over, waai uitgesleten weg,
in de stad eet ik het spel der lusten.


Prins op het witte paard  (december 2015)

Mijn heerlijk liefje,
je fantaseert zo zoet,
zo supersexy symbiotisch
over eeuwigdurende liefde
en man en vrouw uit één stuk.
Prins op het witte paard
noem ik je, en dromer-
je overstelpt mij met
romantische woorden,
verwachtingspatronen.

Mijn lief,
mijn arme lief,
mijn sprookjesverteller-
het zwart en wit
van mooi en lelijk en dat ik dan
soms wit en mooi ben in jouw ogen-
hangt mij de strot uit, lieve lief
en niet zo'n beetje.
Ach, prins op het witte paard,
ik ben geen prinses,
ik ben een kikker die
als je me kust verandert
in een waterplas met
wilde waterslangen
die vingers afbijten
en ik lieg niet,
mijn lieve lief, maar...

al ben ik dan geen personage
dat past in jouw verhaal,
ben ik een dissonant, een bitch,
niet op maat gemaakt voor jou,
toch blijf ik met je dromen.



Rode schoentjes in de herfst

De vrijheid van een gevangen  (juni 2013)

Ik zie mij door een gril
van god, zonder contract
in het leven geworpen,
ondergedoopt in de
betoverende confetti
van schaduw en licht,
van hemel en hel-
mijn god het universum
speelt roekeloos zijn
waarheid uit, zijn spel.

Als ik de droom,
de nachtmerrie
niet aanvaard,
weiger te knipogen om
de goddelijke komedie
zal ik zogezegd
als slaaf niet ontsnappen-
ondraaglijk is nog altijd
het geworpen zijn als veer
in een vederlicht bestaan.

Verlost van zijn plicht
wordt de slaaf
door zijn slavenbestaan
te omarmen:
Te tekenen het contract
met de onleesbare letters:
“Ik heb geen macht.”
“Ik heb geen wil.”
“Ik zal braaf zijn.”
“Ik houd mij stil.”

Opvoeder gezocht  (april 2017)

Kan fatsoen schaamteloos zijn?
Of wrede praal met blinde ogen?
Of zijn dit onbetamelijke gedachten?
Is het beter dat ik geen vragen stel?

Wie weet wat het in de diepte is, fatsoen?
Kan jij het me mss uitleggen?
Ik raak de draad in regels wel eens kwijt,
glip zo graag door mazen van de wet...

Mag ik je überhaupt wel vragen stellen?
Ik ben heel geïnteresseerd, maar wat
Ik schaam mij voor mijzelf, omdat
ik zoveel zo graag wil weten.

Ik zoek voor mij een opvoeder die mij temt,
de leeuw in mij, die mij slaat met zweep,
mij in staat stelt mijn ziel te verkopen.

Eiland van gemak   (juni 2016)

De man plukt de dag,
ademt in wat langs komt,
leeft in het nu -
er bestaan geen zorgen.
In zijn gekleurde paradijs
ziet hij zwart wit.

De man geniet
van wat langs komt,
wat hem hindert sluit hij uit.
Hij weet niet dat hij gezocht werd,
op zijn eiland van gemak
Betreedt hem niet-

hij wil niet
gestoord worden in zijn slaap.



Welke kant van het hek wordt het?



Naakt  (mei 2013)

Naakt, ik verlang naar vijgenblad,
naar kleding, modieus van schutkleur,
een dikke huid en onbereikbaar ogenglans
met brede glimlach in de plooi,
schild van lipstick, sexy slank.
Ik ben de spiegel voor andermans geluk,
droom voor wie wat waar, een man.
Ach, kon ik maar doodgaan,
hoefde ik maar niet zo verdekt te zijn
als vrouw, als diva, mysterie moslima,
bedekt in het verborgene.

Naakt, ik verlang naar bloot met jou.
Ach, kon ik maar huilen
recht in jouw gesloten aangezicht.
Als je eindelijk breekt
zou ik lachen als een beest
van het allergrootst plezier,
lachen als een heel blij kind.
Ach, kon ik maar naakt zijn
als de dood met jou, dan zouden
we na een dag of drie opstaan en
van al en iedereen, te pas en niet
het glansrijkst leven.



Onredelijk  (maart 2012)

Ik ben zeer doet alles,
zeer onredelijk
onder de indruk
van leven
ben ik,
zegt men.
Niemand zwaait
als de kleuren in bloei staan,
als het geluk in de lucht hangt
zal het snel verdampen,
zeggen ze,

en als het nacht is,
is het eindelijk stil.


Mode  (juli 2017)

Ik mag zo graag onzichtbaar,
zodat het niemand persoonlijk raakt,
de draak steken met de verbinding
waar men zo graag over verhaalt
zonder verbonden te zijn met

Verbinding is nu eenmaal mode,
gevoel hangt leugenachtig in de lucht-
iedereen is gelijk, bijzonder zijn mag niet.
Al bevestigen likes jezelf zo prettig,
je bent er steeds, maar nog net niet.

Ik hoor nog bij de oude garde van
schrijvers die in een hoekje alleen
en op de mensenmarkt toeschouwen,
verbonden in vogelvlucht
niet meedoen met het spelespel.

Ik ben een ongelovige van deze tijd
of juist vernieuwend, voor degeen
die verder kijkt – verbonden ook
maar anders, met de schaduwkant
die iedereen vermijdt: het niemand zijn.


Groene weiden, ruige natuur, de andere wereld