Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens



Gedichten, Margrethe Venema,  (2017-2018)

Bouwen op los zand


Aanvankelijk wilde ik deze pagina de titel ´Thuiskomen in mezelf´ noemen, maar dat klonk mij toch te stellig, te definitief, in de oren. Arrogant zelfs, want wat is in godsnaam 'een zelf'? En thuis zijn we denk ik nooit helemaal in deze wereld, net zo min dat er een moment zal aanbreken dat je kan zeggen dat je ´klaar´ bent.
Je kunt je natuurlijk prima afschermen, je kunt heldere keuzes maken, je kunt ervoor zorgen dat je niet te veel of te vaak van jezelf wegdrijft. Een zekere stabiliteit is nodig om iets op te bouwen. Crisis is daarentegen nodig om niet in het eigen systeem vast te roesten. Ik zeg dit even heel zwart-wit...
Wat een mens opbouwt is van tijdelijke aard, behalve, in theorie, als hij en zijn luchtkasteel daarbij verstart, zoals dat bij het ouder worden wel eens gebeurt. Vanaf het moment dat iemand afhankelijk geworden is van de veiligheid van zijn eigen kasteel en niet meer van zijn plek af kan komen, staat het leven stil.
Ik zie mezelf in deze als een onthecht persoon die er, raar genoeg, tegelijk mee bezig is zich op aarde te vestigen. Zelfs al ben ik gevoelig voor de wind en in die zin beïnvloedbaar, veel eerder voel ik nu de behoefte om concreet en sterk-in-mezelf aanwezig te zijn en mijn leven een eigen vorm te geven. Mijn bouwen zal echter ook verbouwen zijn, steeds weer. De elementen krijgen vrij spel om mijn bouwwerken te teisteren, er afbreuk aan te doen. Ik sta open voor verweer, voor verandering en verhuizing, voor wonen in een tent, voor ouder, wijzer, lichter en leger worden, voor spel. Mijn proces heeft me naar dit punt gebracht, veel keuze heb ik dus niet; ik moet het met paradoxen zien uit te houden, wat enkel en alleen kan door met de materie en jezelf als onderdeel van de materie te spelen.
Bouwen op los zand is zo'n paradox. De beweging tussen opbouwen en afbreken, de voortdurende verandering, voelt als balanceren tussen vele tegenstellingen, vooral tussen ‘hemel en aarde’, tussen ‘een spiritueel en aards bewustzijn’, tussen ‘het vrouwelijke’ en ‘het mannelijke’ en tussen 'het kind en de volwassene' in mij. Zelfs al is het tamelijk ingewikkeld, wat mij betreft vallen lichaam en geest in de ideale situatie samen.
Als dat het geval is, laat stevigheid zich combineren met zachte speelsheid, waarbij je gegrond van de grond loskomt en de wereld op verschillende manieren mag waarnemen en ondergaan.
Wie in dit opzicht vrij kan bewegen zonder zichzelf, zijn basis, te verliezen, zal keer op keer door anderen verrast worden. En zeker ook door zichzelf...

Ik ging weg  (december 2017)

Ik ging weg,
het besluit was daar
zo rond de helft van mijn 13e jaar
daar waar ik niets meer kon betekenen
waar een lot zich buiten mij voltrok
en een kind zo kwetsbaar als een veer
verworpen: Een ander werd gek –
maar ik ging weg, ik plantte mij,
mijn blote voeten in het gras,
stak mijn hoofd tot ver in de wolken
dreef van de afgevallen wereld weg
de wind trok aan mijn haar,
golven gevoel wasten chaos weg.

Ik ging weg,
ik liet het onmogelijke achter
om grenzeloos alleen te zijn.

Ik ging weg,
het besluit was daar
zo rond de helft van mijn 43e jaar,
daar waar ik niets meer kon betekenen,
waar een lot zich al voltrokken had
en een man gevormd door zijn verleden
vast in de mooiste patronen zat,
en ikzelf daartegenover, ik plantte mij,
mijn blote voeten weer in gras,
maar stak mijn hoofd niet meer in wolken,
ik dreef niet langer weg, ik keek
de verloren wereld aan met grote ogen
en zei hallo, bent u daar nog?

Ik ging terug naar de aarde
om het onmogelijke te gedogen –
de mensen met al hun fratsen
leven daar.


Ontworteld

Catharsis  (september 2018)

Het gebrek, taboe
vastgeklonken aan ouders,
alomtegenwoordige ideeën-
zolang niet opgelost
ook in nieuwe visies
staatsgrepen van de ziel,

verboden om aan te raken
te koesteren als deel,
verboden om zich in het zijn
te laten zien, het is te pijnlijk.
Iedereen die je aankijkt
met het taboe in ogen,
krimpt ineen, verteert.

Zolang als het er niet mag zijn
leidt het, maar als het is,
zich vrij manifesteert,
als het gebrek, de pijn
in zijn volmaakte wijsheid dan
ontvangen wordt door lege handen,
wordt het een poort waardoorheen

Pijn is nodig voor catharsis,
het is vreemd genoeg volmaakt
begin van ongerepte vreugde,

een injectie van gedurfde schoonheid
dwars door het ondenkbare heen.



De essentie van een huis, beschutting

Welkom alle dingen  (augustus 2018)

Welkom alle dingen zoals zij huilen-lachen,
een menselijk gezicht geven aan…
en echt wel met een deukje hier en daar,
geen gladde gefotoshopte huid –
of toch wel, ook het verdraaien van
hoort bij het al van waarheid-spel.

Welkom herfst in hartje zomer,
lelijkheid om schoonheid
wat te relativeren, liefde te vergroten –
echt te maken, groter dan een droom,
welkom ouderdom en rimpels
om vrij te worden van de drang
om altijd jong te blijven, welkom
eeuwig leven = vergankelijkheid –
alles vervluchtigt, verandert al.

En de duizend dingen huilen-lachen
en de wijze man is even dwaas, oh
wat een troost voor alle levenden,
die menen er nog niet te zijn,
die aldoor maar zoeken en slechts
mooi en lief en aardig willen zijn.


Land van tegenstellingen  (juni 2018)

Oh dit donkere lichte land
met zijn duizend stenen op een bult
en eenduidig krachtige bergen,
met zijn wildheid en zijn kalmte,
eenzaamheid en holen om te schuilen;
aanraakbaar hard- en zachtheid alom,
zijn beestenpaadjes om aards maar
hemelhoog te verdwalen, totdat je
onverwachts je eigen doel, en zo spelen
de tienduizend dingen, ballen
licht en schaduwen in mijn lens
zich zwijgend samen tot geheel,
terwijl de weelderige wolken
vergankelijk verder drijven en de nacht
de dag steeds inhaalt, of andersom.

Liefde-vrijheid  (december 2018)

Mensen van vlees en bloed
ver, maar lijfelijk aanwezig,
die houd ik zo graag even vast,
ik druk ze aan mijn hart –
Als woorden niet meer lukken,
stroomt mijn warmte alsnog over,
kriskras op zoek door lege ruimte,
totdat iemand mijn liefde omarmt –
dan vormt mijn ongrijpbaar hart
zich naar het lichaam van

Ik voel je energie, je heelt
door als een bloem jezelf te zijn –
al is mijn woord, mijn daadkracht
dan tijdelijk verdwenen, chaos
laat zich temmen door jouw hand,
je open lach, jouw echt verdriet,
jouw buik tegen de mijne.
Ga dan niet weg, lijf mij dan in,
soms wil ik even in jou wonen,
het is zo fijn als we elkaar werkelijk,
ver weg van droom beminnen –
gewoon zo en zonder meer.
Het is fijn elkaar vast te houden
zonder elkaar ooit nog te bezitten,
koninklijk om samen vrij te zijn.

Laten we gaandeweg
dan toenemen in werkelijkheid, in daad.
Laten we ons blijven oefenen in elkaar,
in nabijheid, echt contact –


Onderweg

Nog meer aarde  (juni 2017)

Nog meer aarde in mijzelf –
ik laat de hoge blauwe luchten achter
steek mijn handen en mijn voeten uit
en grond mij in mijn eigen lichaam,
daar waar ik moet zijn voor nu
om als de tijd rijp is weer te vliegen.

Ik jubel, want ik ben de datum vergeten,
de tijd glijdt kalmpjes voorbij – in een
eindeloos nu ben ik vergeten wat het is
om mij te haasten, wie mij nog spreekt
over leven in het nu zonder zich te
wortelen, wie mij nog hoogdravend fantaseert,
over hoge spirituele luchten; wie niet concreet
tastbaar aanwezig durft te zijn, gewoon zoals
een mens geboren in een smartelijk lijf;
zijn dagen op aarde zijn geteld, opdat
hij nog lang maar ver van mij mag leven!

Menswording  (november 2018)

Ik dacht al mens te zijn, maar was vergeten
hoe het was om met blote voeten in het gras
bevlekt te zijn als kievitsbloemen;
licht en schaduwen vielen over mij,
ik tuimelde als een tuimelbeker op mijn zij,
een witte vogel en een zwarte vlogen over,
de zon ging onder in de zee van herfst,
ik ontdeed mij van huid en daar zag ik mij;
als wolk dreef ik aan mezelf voorbij
totdat ik nieuwe voeten kreeg en ze
droegen mij, droegen mij vanzelf naar huis.
Mijn handen zetten water op, ik dronk thee
en dat was alles, ik hoefde niet zo zeer
nog iets speciaals te zijn, gewoon mijzelf,
lijf en leden opgevouwen om mij heen.

Thuis, veiligheid, rust

De koker  (september 2018)

Je kijkt door een koker
ziet de wereld rond
wel wel, het is een ronde koker,
vierkant zie je bepaald niet–

Als ik denk zonder koker
stel ik vast
de wereld is alle vormen.

Nu loens ik ook graag
door mijn eigen koker,
zie de wereld liefst als ster,
maar schaduwen zie ik dan niet.
We zouden zo nu en dan eens
moeten ruilen van blik,
vind je niet?

Alleen zie je nu eenmaal niet zo veel
of steeds hetzelfde en hoe vaker
je het ziet, hoe meer je je eigen blik
aanhangt als een blik van goden.

  

Hoe zal ik ontsnappen aan symbiose en werkelijk vrij zijn?

Dwarrel (april 2017)

Ik dwarrel door de wereld
gedragen op onzichtbare wind.
Iets zonder woorden vleugelt
mij feilloos voort, leidt mij
naar ergens waar ik anders
dan de norm besta.

Ternauwernood ben ik in vorm gegoten -
de woorden die ik spreek komen van ver;
soms breekt een gedachte me in tweeën,
dan ben ik mijn woorden kwijt.
Ik wil hier helemaal niet zijn, de grond
zweet luchtjes onder mijn verdwenen voeten.

Jezelf grootbrengen  (augustus 2018)

Je zocht zo vaak
wat je niet kon krijgen
omdat je het als kind niet kreeg
en het nergens te koop is in de wereld

– ja, slechts in verzoening met jezelf,
slapende ouders die tot je spreken –
Als je in het diepe dan heelheid vindt,
kun je wat je niet kon krijgen
verrassend scheppen uit het alles-niets.

Je wordt je eigen vader, eigen moeder
en in de buitenwereld dans je opnieuw
als spelenkind – het duurt heel lang,
als je wacht duurt het je hele leven,
voordat je ouders kunt vergeven.

Geef dan dus om jezelf als om een kind,
breng jezelf groot om deel te nemen –

Wachttijd  (september 2018)

Oh dit naderen tot elkaar
ternauwernood tot de kern
die zich niet delen,
vermenigvuldigen wil,
star staat het heilige der heiligen stil –
hij die in wezen niet veranderen wil!

We wachten samen,
processen rollen zich als een egel uit;
een kern wil nu eenmaal splitsen –
een mens evolueren met de tijd;
groei is zijn natuur, wie stil blijft staan
staat in de wacht of sterft langzaam uit.

Waarheid?  (augustus 2018)

Je moet haar verpakken
in een doos met vrolijke motieven
en een strik erop
in een gedicht met zachte woorden
Je moet haar fluisteren, je moet haar zwijgen
Je moet erover liegen, dat ook...
Je kunt haar voelen als je op blote voeten
de stappen die je zet verlaat -

waarheid is te vluchtig, te teer

zij sijpelt weg, zodra we haar grijpen
is zij niet meer.

Strijd, vaker nog een spel  (mei 2017)

het is strijd, vaker nog een spel
om jezelf te zijn te blijven in de wereld
waarin vakjes voortdurend verschuiven.
Wij, grapjes licht op het oppervlak van water,
momenten slechts, voortvluchtig in beweging –
toevallig als de zon zijn licht erop schijnt,

of desnoods de ogen van de duizenden,
het applaus, het neonlicht en de reclame.
Wij levenskunstenaars, theatermakers, paradoxen
combineren kunstig vals en echt.

Mijn dans  (april 2017)

ik hoef niets meer, alleen mijn ding
mijn eigen dans zal ik afmaken
tot een laatste sterf

iedereen dodendanst naar de pijpen
van erkenning, danst

ik doe niet meer mee, ik dans
doe niet meer mee, ik dans
naar de pijpen van het nee

ik doe niet meer mee
laat alle ruimte open voor het ja,
ik dans van 't een naar ander, onbesuisd

ik dans naakt als een niemandskind
in niemandsland
Niemand danst met mij mee.

Niet alleen (december 2018)

Ik leer nu ik alleen leef
dat ik niets tekort kom,
dat beelden voldoen,
dat de hele wereld al in mij -
zo kan ik diep houden van.

Mijn huis staat stevig,
ik val nergens meer om.

De dag dat  (augustus 2018)

De dag dat ik mezelf weer lief had
begon alles weer te bewegen,
mijn handen reikten uit naar niets
mijn voeten dansten bekende wegen,
bloed begon te stromen
en alle vogels zongen over de grote ruimte
in mij tot ver naar jou en jou en jou
en over bloemen in het veld en bergen
en Chopin begeleidde mij en jou
en de wind waaide door een raam naar binnen.

Mijn pad  (juni 2018)

Daar ligt mijn pad,
geduldig heeft hij op mijn gewacht –
dol was ik op omwegen

Nu dan, recht toe recht aan
en als het hart het zint
mag je best nog wel wat dwalen

Zo verplaats je je steeds in
werelden van anderen,
maar gegrond in jezelf.

Bergen, onverwoestbaar

Vreemde bekende  (juli 2018)

Vreemde, je bent zo bekend,
ik kijk je aan met de duizend
onzichtbare ogen in mijn huid,
en daar
daar kom je dan
door de poort van je mond,
door de deur van je gebaren
ik herken je verhemelte,
het vallen van lippen tot klanken
het op en neer deinen van je borst
je rozige ingewanden -
naar buiten schrijd je met vaste treden,
dwars door muren heen bereik je.

Lente  (april 2018)

Oh, heb je het al gehoord;
in alle richtingen ruisen bomen
jonge bladeren in de wind
en duizend paardenbloemen
schitteren als gele zonnen
en elke dag verschijnen er
meer en meer wilde en wildere
bloemen, en de bosvogels in
de gebleven bergen zingen
als een reusachtig eenmanskoor.

Oh, heb je al gezien hoe het
ochtendlicht en dan ook
in de vroege avond alles
elk dag in zachte gloed
speels de dag in lichte laaie zet
om in de avond gerust te doven.
In de middag vuren
overleefde bomen witte bloesem
op me af en alles symbiotisch
zoals ik wilde ontvluchten -
maar alleen samen ben ik en stil
met licht op blote voeten
in groen gras, en met de zovelen
biljoenen bladertjes en knoppen
die de aarde weerspiegelen zoals zij
voor mij, voor ons natuurbarbaren,
voor het ontstaan van wegvliegkunst
en culturele dromen om te ontsnappen,
nog voelbaar moeder was.

De wereld in vallei en berg
stroomt over van wakker licht,
rinkelt op stromend water tot ver
buiten de oevers van de rivier
en ik loop tot aan een volgende
einder, voel mijn spieren leven,
voel mijn eigen kracht en weet
als mens onder de dieren dat
ik zonder te piekeren, feilloos
en zonder plicht van bovenaf,
schaamteloos maar vol respect,
kalm mijn natuur volgen mag
om te zijn wie ik naamloos ben,
die ik heel mijn leven lang al was.



Ga maar, je hebt niets te vrezen


Les uit het stiltehuis: Concreet worden
(september 2018)

Dromen zijn voor mensen
onderweg naar zichzelf –
Wie zichzelf gevonden heeft
vormt ze om tot tastbaar,
bouwt zijn huis
op een stevig fundament -
laat het ook toe door de tijd
dat wind en storm de muren

Wie zichzelf gevonden heeft,
kan zichzelf eindelijk verliezen,
maar wie nog zoekt houdt
vast aan alles wat maar
aan thuisgevoel doet denken,
aan alles wat zijn hartje
voor een moment vervult, hij
zit zo vast aan het onvervulde

leeg is hij, op zoek naar volte
leeg is hij, dromen voeden zijn geest.

Hotel  (juli 2018)

De wereld neemt mij mee, de mensen
dringen diep tot in het oerwoud van mijn hart,
hun schaduwen voegen zich aan het gezelschap;
het kost tijd waarnemingen te verwerken,
om elk te plaatsen op de plek in het geheel
in mij tover ik ze tot personages –

daar, magisch gestructureerd en opgeschreven
zijn ze het veiligst, het heiligst –
ik blijf schrijven zodat de zee in mij
kan blijven golven zonder dat ik te pletter sla –
ik herberg slechts typetjes, wijs kamers aan.

oh, mijn onbesuisde geest, ik schaam mij diep
om zoveel herrie, maar in mijn roman,
afgebakend in verhalen, is het verrukkelijk stil;
chaos schudt de hand met woorden regels,
wilde energie gekanaliseerd; in mijn hotel
sluit ik vriendschap met alle mensen.