Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


De elementen (2011)


'Ik ben het zoeken meer dan zat
Nu heb ik geleerd te vinden.
Sinds ik de wind eens tegenhad,
Zeil ik met alle winden.'


Friedrich Nietzsche, De vrolijke wetenschap


Wat te doen als alle grote verhalen uit elkaar klappen en er niets meer is dat de losse elementen met elkaar verbindt? Ik kijk om me heen en verbaas me over de brokstukken van ideeën die overal rondslingeren. Niet alleen de wereld is gefragmenteerd. Ook voel ik mezelf verknipt. Ik besta uit restanten van opgelegde ideeën, brokstukken werkelijkheid die geen verband met elkaar houden, gevoelens van angst en wanhoop aan de ene kant en de sterke wil om mijzelf vorm te geven aan de andere kant. Het is die caleidoscopische chaos die er toe leidt dat ik er behoefte aan heb om aan banden gelegd te worden, en het zijn de banden die me er toe brengen me weer los te rukken. Zo is er sprake van een voortdurende ronddraaiende beweging in mijzelf, een cirkel die uiteindelijk met mijn kern wil samenvallen. Hoe zal ik ervoor zorgen dat ik niet in die wilde stroom van elementen verdrink?


Er zijn verschillende houdingen mogelijk ten aanzien van de elementen. Aan de basis staan nog altijd de eerste filosofen uit de Oudheid, te beginnen bij de natuurfilosofen. Het valt op dat zij allen naar een oerstof zochten, waaruit alles gemaakt is. Honderdvijftig jaar nadat Thales het water als oerstof aangewezen had, voorzag Democritus het bestaan van eeuwige atomen. Door beweging en samenklontering van atomen is de materiële wereld ontstaan. Zelfs de ziel bestond volgens Democritus uit atomen. Deze zielatomen zouden met de dood weer van elkaar scheiden, zodat er nieuwe zielen gevormd konden worden. Daarom had het geen nut om bang voor de dood te zijn. Anaxagoras spreekt van Spermata. Hij gaat er van uit dat de wereld uit kwalitatief verschillende oerelementen is opgebouwd. In tegenstelling tot Democritus maakt Anaxagoras onderscheid tussen dode en levende materie. Zodra de Nous of De eerste beweger de materie aanraakt, ontstaat er leven. Dankzij deze geest is er uit de oerchaos een geordende wereld ontstaan.
Hoe kinderlijk de gedachten van de eerste filosofen ook waren, allen zochten ze naar een verbindende factor die de wereld tot een veilige haven zou maken. De mens, die niet in chaos kan leven, zoekt steeds opnieuw een manier om zijn wereld te ordenen.
De kunstenaar noemt dit 'scheppen'. Een ander noemt het 'vormgeven'. Misschien zou de postmodernist het 'luchtkastelen bouwen', systeembouwen of dromen noemen. Weer anderen plaatsen processen van afbreken en opbouwen, van geboorte en dood tegen de achtergrond van een wijde hemel en vertrouwen erop dat er achter alle dingen een grotere zin schuilgaat.
Ook in deze tijd zijn er mensen met een meer materiële instellingen en mensen met een meer spirituele inslag, mensen met een meer lichamelijk bewustzijn en mensen die vanuit de geest vertrekken.


De materiële instelling
Filosofisch:

Vanuit postmodern perspectief hebben universele verklaringen en theorieën afgedaan met het gevolg dat er geen vaste denkkaders meer zijn. Mensen die de waarheid in pacht menen te hebben, worden bij voorbaat gewantrouwd. Waarheid en absolute normen en waarden zijn not done. Daartegenover staat dat respect voor ieders mening een vereiste is geworden. Geen veroordeling meer van ras, cultuur, godsdienstige overtuiging of levensbeschouwing. Kernbegrippen in het Postmodernisme zijn fragmentatie, pluralisme en diversiteit, waarbij de nadruk eerder op het unieke dan op het algemene gelegd wordt. Het Postmodernisme begon waar het geheel ophield, waar de orde opgeheven werd en de chaos een nieuw begin symboliseerde. De kracht van Postmodernisme is dat het bij uitstek open is. Aan de andere kant ligt niets vast en kan het Postmodernisme geen zekerheid bieden. Er is geen plaats voor toekomst. Men heeft genoeg aan het 'nu'. In plaats van grote verhalen is de belangstelling voor de kleine individuele verhalen toegenomen. Ieder heeft zijn eigen leven en zijn eigen verhaal en trekt daaruit zijn eigen conclusies. De postmoderne mens vraagt zich daarbij niet zozeer af of iets waar is of goed, maar hoe men zich er bij voelt. Als het goed voelt, is het goed en 'wat ik ervaar' is waar, en wat vandaag voor mij waar is, hoeft het morgen niet te zijn.
Met betrekking tot anderen krijgt communicatie een pragmatische functie, waarbij het spreken van de waarheid ondergeschikt is aan het spel en beoogde doel. Het gaat daarbij soms minder om het overtuigen op basis van redelijke argumenten en meer om verleidingskunst, waarbij irrationele elementen ook gewicht in de schaal werpen. Daar waar de rede gewantrouwd wordt, wordt de nadruk op emotionele intelligentie (EQ), sociale vaardigheden, inlevingsvermogen en sensitiviteit, gelegd. Deze nadruk duidt erop dat er op het moment meer ruimte is voor een intuïtieve benadering. Ik denk dat wij de intuïtie door de bocht genomen als een positieve kracht ervaren, zonder dat we ons realiseren dat onze voelsprieten ook een rol kunnen spelen bij manipulatie en op deze manier ook een machtsmiddel kunnen worden. Een intuïtief mens is niet per definitie een 'goed' mens. Van 'goed' en 'kwaad' spreken wij echter niet meer.
Op levensbeschouwelijk gebied neigen veel mensen ernaar her en der elementen uit het 'godsdienstaanbod' te kiezen. Zo kom je mensen tegen die beweren de Bijbel van A tot Z te geloven en tegelijk in reïncarnatie geloven en de horoscoop raadplegen. Het is niet alleen zaak om een goede baan te hebben, zodat je je de modernste apparatuur kan veroorloven en driemaal per jaar op vakantie kunt gaan — het is ook zaak om bijzondere geesteservaringen te vangen met je vlindernet. Er is van alles te beleven. Er is van alles in de aanbieding. Grijp het aan!


Artistiek

Niet alleen op levensbeschouwelijk gebied, ook op het gebied van de kunst is Fusion de trend. In eerste instantie is men zich ervan bewust dat wat wij scheppen niet uit de lucht komt vallen. Wat wij scheppen is eerder een samensmelting van verschillende elementen die wij schijnbaar willekeurig bij elkaar brengen. Het beste is dit te zien in een collage, maar ook merk ik het bij het schrijven van een verhaal. Het scheppen is hier in de eerste plaats ordenen van materiaal, of in een verhaal: ordenen van woorden. Juist in deze ordening leggen wij, al dan niet bewust, een nieuwe betekenis. Tussen de fragmenten, de regels, de stiltemomenten in de muziek, daar zeggen we, begint het onzeglijke, waar het om gaat.
Naast het scheppen van een kunstwerk uit elementen, nodigen ook de veelheid van stijlen en materiaal uit tot experiment. Het combineren van verschillende traditionele disciplines tot een nieuw totaalpakket biedt onuitputtelijk veel mogelijkheden. Schilderen is componeren geworden en schrijven is schilderen. In collages wordt gebruik gemaakt van foto's en van tekst en soms ook van driedimensionale onderdelen — het hoeft niet meer plat te zijn. Het moderne ballet is tevens theater. In de opera Reclining woman, die op dit moment nog door het land gaat, worden zang, theater en kunst met elkaar gecombineerd. Fusion brengt op deze manier verschillende artiesten bij elkaar, waarbij het gezamenlijke product een heel eigen dimensie heeft.



 Libbe Venema, Spullen op tafel, orde


 Libbe Venema, Spullen op tafel, beweging

 Libbe Venema, Detail


 Libbe Venema, Dorp


 Libbe Venema, Detail   Libbe Venema, Tafel, leeg

Alledaags

Ook in het leven van alledag wordt er in het postmoderne paradijs lustig op los geëxperimenteerd. Het leven is een feest, zeggen we —we stralen van optimisme. Daar waar we geen verantwoording aan anderen af hoeven te leggen en alles in wezen los zand geworden is, zijn er geen richtlijnen meer. Soms lijkt de wereld op een grote speeltuin, waarin we ons naar hartenlust kunnen uitleven en waarin we als een kind alle toestellen willen uitproberen: We willen schommelen, wip-wappen en in de botsauto's, en dan hebben we nog niet genoeg beleefd. In relatiesfeer zoeken wij mensen die eender als wij uitblinken in relativeringsvermogen en humor: mensen die niet claimen, maar vrijlaten, niet afhankelijk zijn, maar zelfstandig, niet stug zijn, maar flexibel, niet zwaar op de hand zijn, maar vederlicht. Jongetjes zoeken meisjes en vice versa — volwassen mannen en vrouwen die het kind in zichzelf koesteren en zelfs na de midlifecrisis nog spelenkinderen gebleven zijn, kameleons die zich in nieuwe relaties even gemakkelijk aanpassen als voorheen en al meekleurend toch weer nieuwe dingen ontdekken. Datingsites, die speeltuinen voor volwassenen, hebben heel wat van dit soort vrije vogels in de aanbieding — ook als u niet genoeg aan uw eigen relatie mocht hebben, kunt u hier terecht.
In 'de eeuw van het kind' worden we dwars door ons onuitputtelijk 'doe-alsof-spel' en spelen voor louter plezier met elke ervaring een beetje wijzer... totdat we oud zijn, in een bejaardentehuis weggestopt worden en als we geluk hebben als laatste zelf het moment van sterven kunnen bepalen. Misschien hebben we vooral voor onszelf geleefd en zijn we niet erg volwassen geworden. Misschien hebben we een groter doel gemist —maar, denken we, we hebben veel plezier gehad. Plezier is het bewijs dat het met ons in orde was. Het is ons alibi waarachter we ons verschuilen. Vanuit het perspectief van het materialisme houdt het leven hier op.


De spirituele instelling

De spirituele instelling die in deze tijd net zoveel voorkomt, hangt volgens mij voor een deel samen met het Postmodernisme. In dit opzicht denk ik dat spiritualiteit vatbaar is voor de tijdgeest. Daarnaast pretendeert spiritualiteit ook iets tijdsloos en zijn er grote verschillen met het pragmatische Postmodernisme aanwijsbaar. Een spiritueel ingesteld mens heeft niet genoeg aan een leven als een feestje tussen geboorte en dood. Zijn betekenisgeving reikt naar de eeuwigheid. Wat hij in het leven leert, staat niet op zichzelf, maar vormt de ziel en heeft zodoende toekomst. Andersom denk ik dat er binnen het Postmodernisme ook openingen zijn, waardoor de spiritualiteit naar binnen kan gaan. Ergens, voorvoel ik, is een verbinding mogelijk tussen het aardse en hemelse, het geestelijke en lichamelijke, of we nu in 'hersens' geloven of in 'ziel' en 'zielatomen' — de mens heeft behoefte aan betekenis, en ik ook. Daarom zoek ik een brug.


Overeenkomsten en verschillen

Ook bij de huidige spirituele instelling zien we een allergie voor stellige grote verhalen en een voorliefde voor kleine verhalen. Zoals het in het werk van Paulo Coelho tot uiting komt, gaat het er om je eigen weg te volgen, je eigen doel. Spiritualiteit is derhalve persoonlijk en niet langer aan een instituut gebonden. Anders gezegd gaat het erom je eigen karma uit te werken.
Daarnaast is het bij een meer persoonlijke spiritualiteit, net zoals bij het Postmodernisme, van belang om niet over anderen te oordelen. Je eigen wijsheid aan anderen opleggen is not done. Daar waar de postmodernist echter niet kan en niet durft te oordelen, omdat hij alles als subjectief beschouwt en dus geen morele maatstaf heeft, leidt zijn tolerantiebeginsel makkelijk tot onverschilligheid en het ieder-voor-zich-principe. De spirituele mens daarentegen wil zichzelf overstijgen door van binnen uit te leren liefhebben door los te laten. Daar waar hij zich realiseert dat zijn eigen identiteit een illusie is, zoekt hij verbinding met het grotere geheel. Hoewel hij niet in gestandaardiseerde moraal gelooft, sluit hij ethiek niet uit, maar leert haar door al het leven om zich heen te koesteren en met voorzichtigheid te naderen en te omarmen als een deel zichzelf.
In de derde plaats is het mij opgevallen dat de taal zowel in het Postmodernisme als in het spirituele klimaat relatief gesteld wordt. Taal is slechts 'een constructie van de geest' en geen waarheid. Daar waar de postmodernist met woorden speelt en ze, evenals de overige 'tastbare' elementen, als uitgangspunt van zijn spel en 'schepperij' neemt, vindt de spirituele mens de essentie in de leegte die zich tussen de woorden en achter de elementen bevindt en die alles met elkaar verbindt. Daar waar de postmodernist bij de chaos vertrekt, benadert de spirituele mens alles vanuit de kosmos — hij vertrekt bij het geheel en plaatst periodes van verval en chaos in de cyclus van voortdurende vernieuwing.
Zodoende ervaart de spirituele mens zin in elke crisis en groeit hij door vallen en opstaan. De leegte is het witte doek waarop het leven zich als een film projecteert, het is de lucht waarin alle materie ingebed is. Het is een woordeloos 'zijn' dat zich in de totale aanvaarding van zichzelf manifesteert. Leegte is energie, een kosmisch bewustzijn. Verbondenheid met die leegte, maakt een mens heel. Wat dit betreft zijn zowel de taalconstructies als het verhaal van het eigen leven bij spiritueel ingestelde mensen meer relatief dan bij postmodernisten. Voor postmodernisten is 'het eigen verhaal', al betreft het dan slechts een (taal)constructie, de enige waarheid — en is daarom van wezenlijk belang. De holistisch ingestelde mens wil echter van dat verhaal loskomen om in meditatieve stilte zijn energie met het alles te laten vervloeien om zodoende boven zichzelf uit te stijgen en de volheid van leven te ervaren. Leegte is hier de pretentieloze wezensgrond van het bestaan die het dichtst bij de natuur staat. Als we ons daarmee zouden kunnen verzoenen zou elke groei, net zoals in de natuur, organisch zijn en vrij van dwang van buitenaf.
Tenslotte zou ik willen opwerpen dat ook de leus 'leven in het nu' op verschillende manieren gebruikt en geleefd wordt en, hoewel het er soms op lijkt, niet per definitie vanuit een spiritueel 'zijn'. De gerichtheid op ervaringen, zoals ik deze in het postmoderne klimaat aantref, heeft voor mij beslist zijn charme, maar heeft zijn beperking zodra de ervaringen slechts voor zichzelf geleefd worden. Zonder dat we ervan bewust zijn kan het 'leven in het nu' samenhangen met een ontkenning van de minder plezante dingen uit het leven, een onverwerkte jeugd, een verborgen pijn die wij liever vermijden. 'Leven in het nu' is dan eigenlijk hetzelfde als het aloude 'Pluk de dag', waarbij we rücksichtslos nemen van de wereld en van het leven, maar vergeten iets van zorg en aandacht terug te geven. Zo reduceren we onszelf zonder dat we het in de gaten hebben tot louter consumenten.


Wat te doen als ik moe van het spelen geworden ben en mijn hoofd zo vol met indrukken zit dat het uit elkaar dreigt te ploffen? Niet meer denken. Ik ga zitten, ontspan mij en maak mij zo leeg als ik kan. Ik laat mijn passie even voor wat het is, vergeet mijn verplichtingen en deadlines en zoek de stilte. Hoewel het erop lijkt dat ik me in mezelf terugtrek, voel ik me in wezen verbonden met alles en iedereen om mij heen. Nog even en dan zal ik vanuit mijn eigen stilte opstaan en me opnieuw voor anderen openen. Ik zal opnieuw een dialoog aangaan en proberen te luisteren naar wat er tussen de regels gezegd wordt. Ik zal me opnieuw verwonderen over kunst en muziek en zelf, vanuit het niets, een kunstwerk scheppen.