Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens


Onwetendheid (2011)


Toen ik vanmorgen wakker werd, wist ik ineens waar het vandaag met mijn artikel naar toe moest. Ik was er even stil van. Zonder dat ik er zelf invloed op gehad leek te hebben, was het idee me in de slaap aangereikt, waarop, toen ik mezelf uitgerekt had, spontaan allerlei bellen bij mij begonnen te rinkelen. Als vanzelfsprekend trok ik het idee naar mijn eigen werkelijkheid. Door associatie kwamen er vanzelf allerlei concrete voorbeelden bij mij op die het idee zouden kunnen staven en waarmee ik de lezers glansrijk zou kunnen overtuigen. Ik kwam niet onder mijn eigen brein uit, mijn eigen blik op de werkelijkheid. Mij bewust van het prachtige thema 'onwetendheid' maakte zich het uur daarop een grote onrust van mij meester. Ik wist me geen raad met de enorme hoeveelheid dwingende kennis in mijn hoofd, brokken informatie die, als ik niet snel back to basic zou gaan, tegen mijn wil in de ingrediënten van mijn artikel zouden vormen. Zo vrijblijvend is het thema 'onwetendheid' niet, dacht ik nog. Door het mechanisme van mijn eigen brein dat eropuit is alles in een alomvattend kader te plaatsen, voelde ik me uit het lood geslagen. Mijn vrije wil leek ver te zoeken. Ik werd bevangen door de vraag wat creativiteit eigenlijk is en in hoeverre je zelf inspraak hebt op wat je maakt. Gelukkig was het zonlicht vanmorgen sprookjesachtig, de sfeer onwerkelijk. Nooit eerder heb ik zo sterk ervaren dat raadselachtig schemerlicht een mens kan helpen te relativeren en terug te komen bij zichzelf, bij dat punt waar het allemaal begint — dat moment van verwachting dat aan elke ontlading vooraf gaat, dat moment waarop alles nog raadsel is, alles tabula rasa. Nog even en dan ben ik mijn eigen chaos voorbij. Dan zullen alle losse elementen die door mijn hoofd zeilen op hun plek vallen en zal ik het toelaten dat orde het heft in handen neemt. Dan zal ik mijn gedachten in een vorm gieten en zal de waarheid zich als vanouds tussen de regels, in het onbezoedelde wit, terugtrekken. Nog even...


Originaliteit

Hoewel ik vandaag dus met een prachtig idee wakker werd en me even later door tal van associaties begeleid wist, ontbreekt het me toch aan lust om het idee in woorden te gieten om zodoende 'de klus te klaren'. Ik ben te bang vandaag dat de woorden in mijn hoofd niet van mij zijn — ze voelen als ballast. Ze met elkaar te combineren, om al roerend een smakelijke woordensoep te bekokstoven, daar heb ik, na een paar uur in twijfel doorgebracht te hebben, geen moed meer voor. Eerst wilde ik nog aan de hand van enkele theorieën over informatieverwerking het verband tussen onwetendheid, fantasie en vormgeving onderzoeken. Nu echter wantrouw ik mijn eigen verbeelding: veel eerder heb ik de indruk dat mijn fantasie een samengeraapt zooitje wetenswaardigheden is. Nog steeds stel ik mijzelf de vraag in hoeverre een mens zelf invloed heeft op wat hij creëert. Is het zo dat als je alles wat in je hoofd aan gedachten en ervaringen rondwaart, toelaat, op speelse wijze met elkaar combineert en tot geboorte brengt, dat je dan vanzelf een origineel product kan aanbieden? Heb je dan kunst gemaakt? Wanneer is een mens origineel of is het op een vergissing gebaseerd dat mensen uniek zijn?

Het woord originaliteit houdt verband met het woord 'origine' in de betekenis van oorsprong, bron, afkomst. Wie wij geworden zijn en hoe wij vormgeven hangt in dit opzicht samen met de plek waar wij vandaan komen, met de tijd, de ruimte en de sfeer waarin wij opgegroeid zijn. Een mens staat in dit opzicht dus nooit op zichzelf. Ik vind het schokkend om bij mijzelf vast te stellen dat wij als kinderen nog blanke bladen waren — al kwam hier dan al snel verandering in. Wat wij leerden, leerden wij van onze ouders en van de leraren op school. Wij zagen de werkelijkheid algauw door hun bril. Wat wij echter niet wisten, dat vulden we aan met onze eigen fantasie. De kinderfantasie heeft hier tot doel de wereld beter te begrijpen en hanteerbaar te maken. Door fantasie bedenkt het kind oplossingen voor onbegrijpelijke vraagstukken en stelt zichzelf zo te weer. Ook kan hij door middel van spel in zijn beleving een onmogelijke wens toch een beetje in vervulling laten komen. Zo stelt hij zichzelf gerust. De onwetendheid van het kind zet hier aan tot het creëeren van een eigen wereld en legt op deze manier een oorspronkelijke soort van creativiteit aan de dag. Aan de ene kant is er overdracht en kennis, aan de andere kant zijn er hiaten in de overdracht en blijkt kennis niet altijd toereikend te zijn om op een adequate manier betekenis aan ons leven te geven. Daar waar de psycholoog David Ausubel (1918 — 2008) 'zinvol leren' als een proces van integratie beziet, waarbij de (leer)stof in de bestaande cognitieve structuur opgenomen wordt, lach ik opgelucht, omdat ik weet dat er altijd hiaten zullen zijn die een beroep op de eigen verbeelding zullen doen. Juist het afwijkende, alsook het onbegrijpelijke, waar de schoolmeester niet bij kan en dat zich niet vanzelfsprekend in de cognitieve structuur laat inpassen, spoort mij aan om zelf actief te worden. Onwetendheid ligt hier aan de basis van zowel fantasie als zelf nadenken. Zo bezien was het terecht dat ik vanmorgen al die vanzelfsprekende associaties bij mijn idee van me afgeschud heb. Ze zaten al te lang aan mijn boom en zouden me belemmerd hebben iets eerlijks, iets oorspronkelijks te schrijven.

Niet alleen kinderen zijn niet in staat om alles te overzien. Ook wij volwassenen hebben niet op elke vraag een antwoord. Gelukkig niet — het zou onze fantasie maar doden. Daar waar een kind van zichzelf onwetend is, omdat het net om de hoek komt kijken, zijn de hersens van een volwassene vaak al ingekleurd. Door ervaringen, schoolgang, studie, media en tijdgeest hebben volwassenen overal een beeld bij. En niet alleen dat. Ze hebben inmiddels ook allemaal verbanden tussen verschillende concepten gelegd, die samen hun denkkader vormen. Dat bleek vanmorgen bij mijzelf toen ik bij het thema 'onwetendheid' over een hele reeks belangwekkende ideeën bleek te beschikken. Prachtig, in eerste instantie. Om als volwassene weer blanco te worden moet een mens eerst zijn ideeën afleggen. Hij moet zijn rijpe vruchten loslaten om nieuwe groei mogelijk te maken. Door middel van de metaforen van kameel, leeuw en kind geeft Friedrich Nietzsche hier zijn visie op. Daar waar de kameel als vanzelfsprekend zijn last van kennis en moraal met zich mee torst, werpt de leeuw deze bruut van zich af. De leeuw, die zich ervan bewust geworden is, dat hij als kameel slechts achter anderen aanliep, werpt de van buitenaf opgelegde kennis van zich af en weigert langer dienst. In feite staat hij op een nulpunt. Voor een moment is hij nergens toe in staat. Het kind nu maakt een nieuwe start. Hij keert daadwerkelijk terug naar de oorsprong en de leegte en neemt, al is het dan met een knipoog, zijn eigen geweten nu als uitgangspunt. Dit geweten is niet louter cognitief, maar baseert zich op wat Nietzsche 'ervarend denken' noemt, waarvan de wil tot macht/levenskracht en vindingrijkheid de beginselen zijn. Binnen de context van een samenleving bestaat deze levenshouding uit spel, lachen om zichzelf en de goede wil tot schijn, waarbij elk weten zich op het besef niet te weten baseert.

Onschuld is het kind en vergeten, een nieuwbeginnen, een spel, een uit zichzelf rollend rad, ene eerste beweging, een heilig Ja-zeggen. Waarlijk, tot het spel van Scheppen, mijn broeders, is een heilig Ja-zeggen van node.

Het lijkt erop dat het verband tussen onwetendheid, fantasie en vormgeving eenvoudig het spelenkind is, dat nieuwe antwoorden schept op nieuwe levensomstandigheden. Niet door aloude wegen te bewandelen, maar door op expeditie te gaan, door je gedachten eens een draai te geven en je te laten verrassen door nieuwe vergezichten, vernieuwt hij zichzelf. Zolang hij kennis even gemakkelijk vergaart als van zich afwerpt of herwaardeert zal hij oorspronkelijk blijven. Hij zal genieten van zijn eigen maaksels en erin wonen als in luchtkastelen. En niemand zal het fundament onder zijn voeten weg kunnen slaan — want er bestaat geen fundament, alleen zijn lichaam-geest dat als gereedschap dient.

Het is donker buiten. De dag is voorbij. Vooralsnog heb ik het gevoel niets bijzonders geschreven te hebben. Mijn woorden zijn spaghetti Bolognese vandaag... witregels en regenbogen... mijn woorden woordenbrij. Ik was een leeuw vandaag, een stilte voor een nieuwbeginnen. Nee, ik voel me op dit moment niet verplicht tot redelijkheid. Misschien morgen weer. Ik ben benieuwd waar ik dan mee wakker word en of mijn drommelse dromen zich dan beter te weer kunnen stellen tegen de realiteit van het niet weten. Maar lezers ergens van overtuigen, daar begin ik niet meer aan. Laat mij maar gewoon met woorden spelen.



 Gesloten deuren


 Verborgen verleden



 Lege ruimte



 Natuur en cultuur