Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens

 Aad van Rijnsbergen, Gekooid verlangen, 2009

 Joke van Vliet, Portret, 2010


 Toos Oskam, Droom, 2011


De kunst van het verlangen (2013)

Met dank aan: Aad van Rijnsbergen, Daniëlla Wesseling, Toos Oskam, Saskia Kruize, Daphne Brankaert,
Joke van Vliet, Desiree Jacobs, Arja Molenaar, John Ory, Mijk Cando en Ellen Berens.


Art is longing. You never arrive, but you keep going in the hope that you wil

Art is longing. You never arrive, but you keep going in the hope that you wil

Anselm Kiefer


Stilstaan en afwachten

Als ik aan verlangen denk, denk ik aan dromen. Er zijn mensen die grote waarde aan hun mijmeringen hechten en daar zelfs een gevoel van vrijheid aan ontlenen, omdat ze daarin de vervulling van hun verlangens voorvoelen. Hoe dan ook begint de droom in het hart van de mens. In zijn bespiegelingen voelt hij bij zichzelf welke kant hij in het leven zou willen opgaan en wat hij nodig heeft om gelukkig te worden. Misschien fantaseert hij over de toekomst of bereidt hij zich erop voor, maar hij doet nog niets. Misschien ook zijn zijn hersenspinsels niet realistisch en weet hij dat ze te ideaal of te romantisch zijn om in het daadwerkelijke leven in te passen.
In Gekooid verlangen plaatst Aad van Rijnsbergen vrijheid en gevangenschap recht tegenover elkaar, waarbij het duidelijk is dat zolang de vrouw in de kooi geen stappen onderneemt, haar verlangen naar vrijheid niet vervuld zal worden. De vrouw zonder gezicht laat haar armen werkeloos aan haar zijden bungelen. Misschien ziet ze geen deur en kent ze de weg naar buiten niet? Heeft zij echt genoeg aan dromen of is ze bang voor de vrijheid buiten de kooi? Het rode vogeltje op de rand van het deurtje bezingt het vrije leven in volle borst en nodigt de lamlendige vrouw zo uit stappen te ondernemen. Verlangens in inerte staat hebben in deze iets beklemmends, anders dan in 'De roze muurcollage' van Daniëlla Wesseling, waar een vrouw in Klimtsfeer gelukzalig in haar binnenwereld verkeert. Misschien verwerkt ze de indrukken van de dag en zal ze na ontwaken de draad van haar daadwerkelijke leven weer oppakken. Ze doet me denken aan een vlinder in een cocon, die zich erop voorbereidt zich te ontpoppen om de vleugels uit te slaan.



Daniëlla Wesseling, Uit 'De roze muurcollage', 2010


In het proces waarin dromen hetzelfde als rijpen is, blijkt stilstand een noodzaak te zijn. Zoals in de kleurrijke Droom van Toos Oskam is het wachten op het juiste moment om iets te doen, gaat het om timing. Kijk ik echter beter naar de afbeelding van Droom, dan zie ik dat de wachtenden wel degelijk een ontwikkeling doormaken. Misschien betreft het één persoon in vier gedaanten, die in de loop van de tijd van kleur verandert, en al richting kiest. Daar waar het denken en dromen tot aarzeling en uitstelgedrag kunnen leiden, kan de activiteit van het 'niets doen', 'het laat maar komen' en afwachten ook de opmaat zijn van een muziekstuk. Letters vormen woorden, gedachten vormen ideeën totdat de woorden en ideeën rond zijn, en de knoppen klaar zijn om in bloemen uit te barsten. Wie echter in de knop blijft woont in zijn illusies. Hij grijpt geen kansen aan, maar heeft van zijn verlangens zijn huis gemaakt.

Binnen en buiten

In de fantasie is alles mogelijk. Daar waar verlangens zich in de cocon van hoofd en hart schuilhouden, zijn zij individueel en in zekere zin onaantastbaar. Dromen staat vrij en voelt doorgaans veilig. Er staat niets op het spel. Of toch wel? In Wilde dromen van Saskia Kruize haken gevoelens en ideeën zich zo rücksichtslos in elkaar, dat er dwars door chaos heen een innerlijke transformatie lijkt plaats te vinden. Daar waar heftige gevoelens een mens er ineens bewust van kunnen maken wie hij is en wat hij nodig heeft voor zijn geluk, maken ideeën het leven hanteerbaar. In de beschutte innerlijke ervaringswereld van de mens lijkt wat dat betreft geen reden te bestaan om dromen aan de realiteit te toetsen. Daar waar de werkelijkheid onze dromerij wel eens in gevaar zou kunnen brengen of een beroep op ons zou kunnen doen, blijven we soms liever binnen, veilig of niet. We bewaken onze dromen en heftige gevoelens en nemen geen risico. Zodra iemand de ogen opent en de wereld inkijkt, volgt echter een confrontatie. Door rode vogeltjes worden we geconfronteerd om iets met onze dromen te doen, om onszelf aan te pakken en ons te manifesteren. Hebben we genoeg vertrouwen in onszelf en de wereld om onze dromen waar te maken? In hoeverre zijn we bereid om risico te nemen?


In Portret van Joke van Vliet worden de waanzin en ontoereikendheid van innerlijke sterke verlangens zichtbaar en voelbaar in uitpuilende blauwe ogen die contact met de werkelijkheid proberen te maken. Zoals in Wilde dromen lijken gedachten en gevoelens zich wild in elkaar te haken, maar nu in een open blik en zichtbaar voor anderen. Wat te doen als droom en werkelijkheid, als binnen- en buitenwereld niet congruent zijn en verlangens ons naar de keel grijpen? Met haar handen ondersteunt de vrouw van het portret haar hoofd om zichzelf bij elkaar te houden als geheel, om niet uiteen te vallen. Ik voel een schreeuw van wanhoop, ingehouden, niet geuit, maar des te indringender. Ik voel teleurstelling, wanhoop en tegelijk hoop. Deze vrouw zal haar gekmakende verlangens nooit opgeven.
Heel anders spelen binnen- en buitenwereld een rol bij het portret van Anouk van Daphne Brankaert. Timide, bijna afwachtend kijkt Anouk de wereld in met in haar gedachten de vraag wat zij met haar leven zal doen. Zal zij naar de dansacademie gaan of gaan studeren? Anouk is een jonge vrouw met een open toekomst voor zich, een onbeschreven blad nog. De vele mogelijkheden die ze als jong mens in het vizier heeft binden haar vast aan een dromeneiland. Ze bevindt zich tussen de kleurige bellen die romantische meisjesdromen symboliseren en de 'rechtlijnige' vloer, waarvan je zou denken dat deze een degelijke en veilige werkelijkheid weergeeft. Verstand en gevoel zijn niet met elkaar in overeenstemming, waardoor het onmogelijk is voor Anouk om zich een daad te stellen. Ze zal pas uit haar toestand van twijfel bevrijd worden, als zij haar innerlijke tegenstrijdigheden de baas wordt of een eenduidige keuze maakt. Hoe dromen als ze over een brug van binnen- naar buitenwereld naar de werkelijkheid getrokken worden zullen uitpakken, laat zich niet voorspellen. Hoe dan ook zal men in beweging moeten komen om verlangens te vervullen. In I move van Desiree Jacobs zie ik de worsteling tussen stilstand en het besef uit zijn schulp te moeten losbreken om iets van het leven te kunnen maken op beeldende wijze weergegeven. Het mensfiguurtje in I move past nauwelijks nog in zichzelf. Op een dag zal hij uit zichzelf en uit zijn lijst barsten. Hij zal van zijn hoop zijn geloof maken en stappen ondernemen om zichzelf te worden met alle risico's van dien.



 Saskia Kruize, Wilde dromen, 2010

 Daphne Brankaert, Anouk, 2011

 Arja Molenaar, Ruggelings, 1998


 Desiree Jacobs, I move, 2007


 John Ory, Reality hurts, 2002

Werk in uitvoering

In Ruggelings van Arja Molenaar zien we drie vrouwen die aarzelend contact met elkaar zoeken. De vrouw rechts op het beeld kijkt naar de vaag omlijnde iets naar de hoek hellende vrouw links en houdt de hand van de vrouw in het midden vast. Laatstgenoemde staat fier rechtop, maar met de rug naar de anderen toe. Zal zij zich omdraaien om dichterbij te komen of is zij daar niet aan toe? In Ruggelings voel ik opnieuw de aarzeling om een brug tussen binnen- en buitenwereld te slaan. In hoeverre zijn de vrouwen in staat om zich met het andere te verbinden? In hoeverre willen zij dat? Daar waar de armen van Anouk en de handen op het Portret van Joke van Vliet zich bij het lichaam houden als uitdrukking van geslotenheid of de behoefte zichzelf te ondersteunen, maken de armen en handen bij Ruggelings, bij Reality hurts van John Ory en bij Verlangen van Mijk Cando een begin met uitreiken naar het andere. Er wordt iets geprobeerd. Het is niet gezegd dat de daad die gesteld wordt tot het gewenste resultaat zal leiden, maar het is een begin. Met name in het schilderij Verlangen van Mijk Cando is de nood die aan de daad van het uitreiken vooraf gaat voelbaar. Zou de persoon, die ik bij de hand op het schilderij veronderstel, zijn hand niet naar het andere uitsteken, dan dreigt een verdrinkingsdood. Ik vraag me in deze af wat het met een mens zou doen om zich louter en alleen in zijn eigen binnenwereld, in zijn eigen dromen op te houden. Zou dit tot een metaforische verdrinkingsdood leiden? Zou men de realiteitszin verliezen en gek kunnen worden? Zoals in het schilderij van Mijk Cando het ik naar het andere reikt en zelfs om hulp lijkt te roepen, zoals het blauw naar het geel reikt om samen iets nieuws te scheppen, zo heeft de droom de werkelijkheid nodig om zichzelf waar te maken. En precies zo nodigt de chaos uit om tot orde te komen.


Op de afbeelding van Reality hurts van John Ory zien we een vrouw als een puzzelstuk, omringd door fragmenten die wel iets met elkaar te maken hebben, maar nog geen geheel vormen. John Ory geeft in zijn collage-schilderingen verknipte werelden weer, waarbij mensen nooit een klaar geheel in zichzelf zijn. Zelfs al beschikt hij inmiddels over voldoende inzicht in zichzelf, in het net van tegenstrijdigheden valt er altijd nog wel iets te lijmen, iets uit te werken, te kiezen, te onderzoeken of te puzzelen. In dit opzicht wordt duidelijk dat leven 'werk in uitvoering' is, waarbij, zodra een mens het waagt nieuwe perspectieven uit te proberen, zijn zekerheden in een tel tijd omvergeworpen kunnen worden. Bij The Pursuit of Perfection No. 2 van Desiree Jacobs zien we een vrouw die schijnbaar alles onder controle heeft. Daar waar John Ory bij de chaos vertrekt, streeft de vrouw op de afbeelding van The Pursuit of Perfection No. 2 perfectie na. Zij heeft verschillende attributen tot haar beschikking om de ideeën die zij over zichzelf en de wereld heeft uit te drukken; een vredessymbool en een pil. Met opgeheven hand en V-teken onderstreept ze haar ideaal. Misschien maakt ze deel uit van de love-generation, waarin zij haar weg vindt door zichzelf aan te passen. Op haar arm staat een streepjescode, alsof zij deel uitmaakt van een economie en te koop is. Is zij echt zichzelf of onderdrukt zij haar gevoelens als zij zich met een bijna volmaakte glimlach verkoopt en met gesloten ogen klakkeloos volgt wat de samenleving of de groep waarbij ze hoort van haar als vrouw verwacht? Ik vraag me af in hoeverre ze de pillen nodig heeft om het spel van de liefde te kunnen spelen. Hoe zeer zij misschien wel luchtkastelen bouwt; hoe dan ook is zij bezig, is zij actief op zoek naar verbinding met het andere. Op zoek naar haar eigen plaats onder de zon, haar eigen thuis.

A sense of home

Tot nog toe ben ik van de gedachte uitgegaan dat verlangens vervuld worden door van binnen naar buiten te gaan. Daar waar verlangens zich in beginsel als ideeën en/of gevoelens voordoen, zoeken zij een manier om zich in de buitenwereld daadwerkelijk te manifesteren. Dit kan concreet door te doen wat je wilt: passend werk kiezen, je roeping volgen, je talenten ontwikkelen, gaan voor de liefde, je laten zien om bevestigd te worden, je uitdrukken in kunst, muziek etc. Daar waar ik tot nog toe de nadruk op 'doen' en actie leg, is het ook mogelijk om de nadruk op 'zijn' te leggen. Is men voortdurend in beweging, dan doet zich vanzelf een verlangen naar rust en stilte voor. Ofwel vinden in de mens bewegingen van binnen naar buiten plaats en vice versa, als een mens naar de veilige binnenwereld terugkeert, naar de plaats waar niets en niemand nog een beroep op hem doet, waar verlangens en verwachtingen idealiter niet meer beklemmen en niet meer dwingend zijn, omdat ze in het hier en nu vervuld worden. Deze ervaring van 'zijn in het nu' laat zich symboliseren door 'thuis zijn'. Meer dan eens kan 'thuis zijn' zelfs als het uiteindelijke doelwit van verlangens aangemerkt worden. In A sense of home van Desiree Jacobs word ik in een waas herinnerd aan mijn vroegere thuis. Flarden van huiselijke sfeer komen boven, alsook de vraag wat mijn thuis dan wel ooit voor mij was en op dit moment is. Wat als een thuis net als een verlangen nooit precies omlijnd en nooit af is? Als het leven voortdurend doortocht is en niet als een huis maar als een weg beschreven wordt? Wat als leven reizen is, een mens altijd onderweg is en een huis zoals in Onderweg van Mijk Cando geen vast fundament onder zijn muren heeft? Als een huis eerder een eiland of een boot is en het fundament zee, zoals in het gedicht van Roland Holst (1888-1976) dat Mijk Cando aan het schilderij heeft toegevoegd:


Dit eiland

Hoe zijn wij hier geland,
waartoe... vanwaar...
ligt ergens aan het strand
dat vreemde schip nog klaar?
En als het anker is gelicht,
naar waar... naar waar...?

Stil, sluit de deuren dicht...
bemin elkaar...


Waarschijnlijk wordt het diepste verlangen van een mens in deze nooit geheel en al vervuld, blijft er, zeker voor de notoire nomaden onder ons, altijd iets van heimwee hangen, iets wat ons niet met rust laat, iets wat ons telkens weer aandrijft en opjaagt verder te gaan. Of misschien terug te gaan? Daar waar in A sense of home warme herinneringen opspelen gaat R'evolution van Daniëlla Wesseling terug naar een oerbron. In onze wereld waar chaos heerst en waar we, hoezeer we ook perfectie nastreven, allemaal in gebreke blijven, herkennen we ons in mythische verhalen over het verloren paradijs, over het oerverlangen terug naar de baarmoeder of over het religieuze verlangen onszelf te overstijgen of op te gaan in een groter geheel. Echt thuis komen blijft in deze een droom en manifesteert zich in een droom. Kortstondige vervulling van die droom zou plaats kunnen vinden in een mystieke ervaring waarbij eenheid met 'het alles' ervaren wordt. Even mag de mens daarin proeven dat alles met alles klopt en dat er niets is om daadwerkelijk voor te vrezen. Dat wij ongeacht ons dwalen wezenlijk altijd al thuis waren en in de grond verbonden met elkaar zijn. Op zo'n helder moment hoeven we niets meer te bewijzen en kunnen we het onderzoek naar onze verlangens staken om vrij mens te zijn in alles wat we meemaken. Thuis is dan de plaats waar ons hart op dit moment is, of om Ellen Berens te citeren: 'Home is where the heart is'. Daar waar 'thuis' de ervaring van verbondenheid behelst heeft 'thuis' geen dak meer nodig en geen muren om ons tegen het andere te beschermen. Een mens die zich verbonden 'met het andere' weet, is van binnen en buiten vrij. Hij is de angst voorbij en heeft aan zijn hoop en geloof de liefde toegevoegd.




 Ellen Berens, 'Home is where the heart is', 2010


Over de afbeeldingen en met dank aan:

Aad van Rijnsbergen
, Gekooid Verlangen, Gemengde techniek, 30 x 40 cm, 2009, www.aadvanrijnsbergen.nl Daniëlla Wesseling, Uit 'De roze muurcollage', 400 x 150 cm, 2010. R'evolution 100 x 80 cm, 2010 www.daniellawesseling.nl, http://daniellawesseling.blogspot.com Toos Oskam, Droom, 4 figuren. olie op linnen, 95 x 70 cm, 2011, http://snuitje.exto.nl Saskia Kruize, Wilde dromen, acrylverf, 80 x 100 cm, 2012, www.pays-sas.nl Daphne Brankaert, Anouk, olieverf, 130 x 90, 2011, www.brankaert.nl Joke van Vliet, Portret, olieverf, 40 x 40 cm, 2010, http://vliet.exto.nl Desiree Jacobs, I move, Installatie, 45 x 45 x 7 cm, 2007. The Pursuit of Perfection No. 2, gemengd materiaal, 80 x 60 cm, 2011. A sense of home, Mixed media, 50 x 50 cm, 2010, www.day4art.nl Arja Molenaar, Ruggelings, Alkydverf, 100 x 90 cm, 1998, http://arjamolenaar.exto.nl John Ory, Reality hurts, olieverf, 100 x 120 cm. Inzicht, olieverf, 60 x 80 cm, www.artolive.nl/kunst/2323-john-ory Mijk Cando, Verlangen 3, acryl, 111 x 81, 2007. Onderweg 1, gemengde techniek, 41 x 33 cm, 2006, http://cando.exto.nl Ellen Berens, Home is where the heart is, mixed materie, 120 x 40 cm, 2010, http://ellenberens.nl



 Desiree Jacobs, The Pursuit of Perfection, 2011


 Mijk Cando, Verlangen 3, 2007


 Desiree Jacobs, A Sense of Home, 2011


 Mijk Cando, Onderweg 1, 2007


 Daniëlla Wesseling, R' evolution, 2010