Margrethe Venema, schrijver, dichter, denker, natuurmens

Gea Zwart, Panta Rhei 2, 2017, 100 x 120 cm, acryl op linnen
Uit de serie Panta Rhei, Voices from the past


Stromende rivier
uitstorting van vorm en kleur
alles verandert


Ina Wuite, Confrontatie, 2011

Het lijkt erop dat bovenstaande botsing tussen de verschillende elementen onvoorbereid plaatsvindt. Wat een knal! Rode en zwarte draden slaan woest in elkaar. Zal de knoop zich ontwarren? Of zullen de rode en de zwarte levensdraden nog een tijdje met elkaar verwikkeld blijven?
Zien rood en zwart hun duel als uitdaging en zal er uit de verknoopte chaos iets nieuws ontstaan?


Vrijheid (2014)


Om aan de chaos te ontsnappen, waarin (schijnbaar?) toevallige gebeurtenissen je soms aanvliegen, zoekt de mens op verschillende manieren houvast. Hij bouwt zijn wereld op aan de hand van regels, gewoonten, ideeën, rollen, ambities etc. en komt op adem in zijn eigen denkkader. Als een ander aan zijn stelsel tornt of hij zelf tot de ontdekking komt dat het fundament waarop hij zijn systeem gebouwd heeft wankel is, begint de twijfel. Als een orde eenmaal omver gegooid is, is de tijd rijp voor vernieuwing.
Is er altijd een crisis nodig voor verandering? In hoeverre hebben we zelf invloed op wie we zijn en wie we worden? Hebben we iets over ons eigen leven te zeggen of staat alles vanaf het begin al vast?


Verandering

Volgens de presocratische Griekse filosoof Heracleitos is alles voortdurend aan verandering onderhevig. Zo is het onmogelijk om twee keer in dezelfde rivier te stappen, omdat je de tweede keer dat je erin stapt in ander water terecht komt. Voor hem gold het principe 'Panta rhei', 'alles stroomt'. Dat alles stroomt komt door tegenstellingen. Bij een rivier speelt de tegenstelling hoog en laag een rol, waarbij het verschil in hoogte het water in beweging zet en de snelheid van de stroom bepaalt. Op zijn weg bepalen ingesleten geulen en stenen versus een gladde bedding de loop van het water. Dat alles voortdurend in beweging is, is ook merkbaar in de wisseling van de seizoenen, waarbij afbraak en wederopbouw elkaar afwisselen. De golfbeweging maakt allerlei ervaringen mogelijk, maar kan vanwege de herhaling van zetten ook als onuitsprekelijk vermoeiend ervaren worden.

'De zon komt op en de zon gaat onder en hijgend ijlt zij naar de plaats waar zij opkomt. De wind gaat naar het zuiden en draait naar het noorden, aldoor draaiend gaat zij voort en op zijn kringloop keert de wind weer terug. Alle beken stromen naar de zee, nochtans wordt de zee niet vol; naar de plaats waarheen de beken stromen, daarheen stromen zij altijd weer. Alle dingen zijn onuitsprekelijk vermoeiend; het oog wordt niet verzadigd van zien, en het oor wordt niet vervuld van horen. Wat geweest is, dat zal er zijn, en wat gedaan is, zal gedaan worden; er is niets nieuws onder de zon.'
Prediker 1: 5-9

In de mensenwereld kunnen meningen en gevoelens over iets botsen. Nieuwe input kan ergernis of verwondering opwekken en een mening wijzigen. Dit kan een bron van inspiratie zijn, maar kan ook voor verharding zorgen, waarbij mensen zich krampachtig aan hun eigen overtuigingen en gedragingen vasthouden. Welbeschouwd is verandering afhankelijk van het wel of niet toelaten van die invloeden. Soms dwingen crisis en confrontatie ons tot verandering. Soms ook groeien we langzaam een kant uit, waarbij we ineens merken dat we veranderd zijn. Als we onze eigen leerschool kiezen ondergaan we invloeden bewust, maar meestal zijn we blind voor de wetten en de krachten die op ons inwerken. In het (theoretische?) geval dat we aloude structuren totaal afleggen, is de mens terug bij af. Het nulpunt waarop hij nu staat geeft aanleiding om na te denken over zijn oorsprong en identiteit. In het alledaagse bestaan hangen ideeën waar we vandaan komen echter direct samen met de kijk op onszelf.

Het heeft gevolgen of we denken door evolutionaire en materiële principes ontstaan te zijn of dat we er vanuit gaan dat de mens een combinatie is van een lichaam met een onstoffelijke ziel. Het maakt verschil of we onszelf primair als aardlingen of als dieren zien, of menen van buitenaardse of zelfs van goddelijke afkomst te zijn. Het is bepalend of we onszelf als afgescheiden wezens zien of als delen van een groter geheel. De één gaat uit van een wetmatige orde, de ander van een onderonderliggende chaos. En vanuit een spiritueel perspectief kan het nulpunt als neutrale leegte, als het grote niets, als mystieke eenheid of als het onnoembare ervaren worden.
De uitgangspunten bepalen mede in hoeverre men erin gelooft dat de mens zelf invloed op zijn leven kan hebben en in hoeverre hij dus een vrij mens is. De homo liber is het ideaal, zowel voor materialisten als voor idealisten, zowel voor spiritueel geïnteresseerden als voor filosofen en kunstenaars. Hoe dan ook heeft zijn eigen methode om zich vrij te voelen.

Nietzsche

Voor de filosoof Nietzsche hangt het nulpunt of de oorsprong samen met de Dionysische onderstroom, met chaos, gevoel, intuïtie en levenskracht. De woelige oerzee stroomt als een wankel fundament onder het beschaafde leven.
De schreeuw om een leven met betekenis komt voort uit de blik in de afgrond van 'het immense'. Welopgevoede mensen hebben geleerd om hun ogen voor die 'afgrondelijke waarheid' te sluiten. Zij steunen liever op de bekende sociale orde, zoals zij die met de paplepel ingegoten hebben gekregen.
Zichzelf worden hangt voor Nietzsche samen met het durven erkennen van de chaos. Het begint met het afleggen van de kunstmatige orde en vereist moed. Authenticiteit rijmt nu eenmaal niet met de gesmeerde machinerie van de gevestigde orde.

Door middel van de metaforen van kameel, leeuw en kind geeft Nietzsche zijn visie op wat hij 'de metamorfose van de geest' noemt.
Daar waar de kameel als vanzelfsprekend zijn last van opvoeding, kennis en moraal met zich mee torst, werpt de leeuw deze bruut van zich af. De leeuw, die zich ervan bewust geworden is, dat hij als kameel achter anderen aanliep, werpt de van buitenaf opgelegde kennis van zich af en weigert langer dienst. In feite staat hij nu op het nulpunt. Voor een moment is hij nergens meer toe in staat. Het kind nu maakt een nieuwe start, waarbij hij zijn eigen geweten als uitgangspunt neemt. Dit geweten is niet louter cognitief, maar baseert zich op wat Nietzsche 'ervarend denken' noemt, waarvan de wil tot macht/levenskracht en vindingrijkheid de beginselen zijn. Binnen de context van een samenleving bestaat deze levenshouding uit spel, lachen om zichzelf en de goede wil tot schijn, waarbij elk weten zich op het besef niet te weten baseert. Maar wat werkelijk vrijheid geeft is 'het spel van Scheppen', waarbij individuen vanuit speelsheid en overgave hun invloed doen gelden. Wie niet vrij is, kan ook niet scheppen.

Onschuld is het kind en vergeten, een nieuwbeginnen, een spel, een uit zichzelf rollend rad, ene eerste beweging, een heilig Ja-zeggen. Waarlijk, tot het spel van Scheppen, mijn broeders, is een heilig Ja-zeggen van node.


Spinoza

Voor een filosoof als Spinoza hangt het nulpunt niet met chaos samen, maar met een wetmatige en redelijke orde en het besef van eenheid. Daar waar het handelen van de mens in de alledaagse wereld uit irrationele begeerten en emoties voortkomt voorziet hij chaos. In tegenstelling tot Nietzsche verbindt Spinoza vrijheid niet aan een krachtige wil en scheppingsdrift, maar aan het accepteren van hoe de dingen nu eenmaal zijn — en dan doelt hij op die onderliggende orde, waarin alles al vastligt en waarop wij mensen wezenlijk geen invloed hebben. Kunnen we in dit opzicht eigenlijk nog wel van vrijheid spreken? En van creativiteit?

Spinoza ziet de werkelijkheid als een oneindige verzameling modi van Gods attributen, waarbij hij God gelijkstelt aan de natuur. Alles wat is, is in God, waarbij God de oorzaak van alles is en er dus geen macht meer voor de mensen overblijft. Waar de mens het mee moet doen is zijn eigen natuur.
Ondanks dat de mens zijn eigen natuur niet zelf gekozen heeft, stelt Spinoza de norm om zoveel mogelijk zelf de adequate oorzaak van je handelen te zijn. Dit kan door irrationele externe invloeden zoveel mogelijk uit te sluiten en je te laten leiden door de rede en intuïtie in plaats van door emoties en 'reactieve attituden', zoals genegenheid, verontwaardiging, jaloezie enz... Daar waar causale wetten door middel van onze intenties werken is het zaak om naar onze eigen innerlijke stem te luisteren. Omdat deze stem zijn oorsprong in de natuurlijke orde vindt, kun je je echter afvragen in hoeverre het echt om een eigen stem gaat. Spinoza gelooft in dit opzicht niet in de vrije wil als beginsel van vrijheid. Volgens hem is er in de geest geen absolute of vrije wil, maar de geest wordt tot willen van iets aangezet door een oorzaak die op zijn beurt ook door een andere is aangezet en deze weer door een andere en zo tot in het oneindige.
Leven we echter vanuit onze eigen natuur dan doen we vanzelf de dingen die bij ons passen, maar dan zo dat we ons ook over onze eigen ervaringen en gedachten verwonderen. Juist omdat er wat er uit ons voortkomt niet van onszelf is, kunnen we er steeds door verrast worden. Wij zijn dan meer een droom van God, een kanaal waardoor hij zich manifesteert, een medium dat gebruikt wordt, ook in het kader van creatieve processen. Daarin te berusten en de dingen te laten zijn zoals ze zijn is volgens Spinoza de basis van vrijheid.

In het werk van Herman van de Poll is duidelijk waarneembaar dat de kunstenaar zich laat inspireren door de Chaostheorie en fractal geometrie, oftewel de 'complexe orde van de natuur'. Als je zijn werk vanuit het verstand benadert, zou je kunnen denken dat hij zich louter met wetmatige groeiprocessen bezighoudt. Hoewel het denken een prominente rol speelt in zijn onderzoek, gaat het hem in eerste instantie om de ervaringen die zijn werk teweegbrengen: Het besef dat ondanks toevalligheden alles met alles samenhangt, sublieme eenheidservaringen die zich niet in woorden laten uitdrukken en gevoelens van vrijheid door berusting. Daar waar van de Poll in zijn werk start met een formule, bijvoorbeeld met een sudoku, een binairo of een kruiswoordpuzzel, komen verwante vormen uit verwante vormen voort tot in het oneindige. Net als bij een boom of een struik laten de vormen een organische groei zien, waarbij van de Poll ondanks de beginformule niet van te voren weet wat er precies uitkomt. Aan de ene kant is er orde te zien, aan de andere kant chaos. Deze chaos is volgens van de Poll echter schijnbaar, omdat hij tot stand gekomen is door een rekenregel. Naast de moderne wiskunde geeft ook de filosofie van Spinoza aanleiding tot het onderzoeken van de onderliggende wetmatige werkelijkheid, waarin alles in de grond al vastligt en de vrije wil niet bestaat. Terwijl het dagelijkse leven zijn loop neemt en er rekening gehouden moet worden met de regels van de maatschappij waarin we leven, groeit bij van de Poll al doende het besef van wat er achter de luchtkastelen die we bouwen schuilgaat. Het besef dat alles al vastligt maakt licht en nodigt uit tot overgave. De ervaring dat alles één is, verbindt, geeft diepte en doet verwonderen en verbazen over al wat is.


Libbe Venema, Trilling, raadsel van leven

Hoe zullen wij dan rust vinden, als alles beweegt? Hoe standvastigheid vinden als er geen fundament is?
Waar kunnen onze voeten rust vinden?



Hannie Pot, Moving, 2008

Het interactief palet van Hannie Pot zou je een tweedimensionale caleidoscoop kunnen noemen. De veelkleurige vierkantjes hangen als een flexibel gordijn in beweeglijke rijen, waarbij het geel in de vlakjes een verbond met het geel uit de achtergrond gesloten lijkt  te hebben. De vierkantjes zijn vooral beweeglijk: een beetje wind zal de dynamiek van 'Moving' laten zien. Alles stroomt, maar wat stil staat en voor vastigheid zorgt is de achtergrond - daarin zijn de vierkantjes verankerd...





 Herman van de Poll, Fractalgeneratie 23,
 2004

Brighart, Roze beweging, 2012





Henk Vierveijzer, 'Geloof me, je hebt geen kattekop', 2009

Daar waar Spinoza de oordelen zoals in sketches als 'Geloof me, je hebt geen kattekop' van Henk Vierveijzer onder externe invloeden zou kunnen plaatsen, zou hij de ongecontroleerde sterke reactie in 'Chemie' misschien een goed voorbeeld vinden van een 'irrationele reactieve attitude'. Daar waar Spinoza deze gebeurtenissen misschien als dwalingen zou benoemen die een mens van zichzelf afleiden, stel ik me voor dat nondualisten dit soort menselijke perikelen met een glimlach kunnen aanzien.
In het besef dat ze nergens controle over hebben laten zij het leven gebeuren. Daar waar er geen wezenlijk onderscheid tussen het ik en het grote geheel bestaat, kun je van alles verwachten... ook chemie!



 Henk Vierveijzer, Chemie, 2009

In het werk van Brighart speelt de fascinatie voor het universum en de daaruit afkomstige neutrino's een rol. Neutrino's zijn onzichtbare deeltjes uit het heelal die zich door niets laten tegenhouden. Elke seconde schieten er miljarden van door je lijf, door de aarde, door alles... Het wonderbaarlijke van neutrino's is dat ze zich nergens aan hechten. Hun beweging is recht toe recht aan. Het zijn primair deeltjes die deel uit maken van het Grote Leven in het universum. De onnavolgbare bewegingen die in het universum plaatsvinden zijn van invloed op de atmosfeer van de aarde. Wetten regeren daar, maar toch kan de wetenschap er nog steeds niet de vinger op leggen. In de serie 'Neutrino's' is Brighart bezig geweest met de bewegingen in het universum zonder te duiden welke invloeden daarvan uit gaan. Op haar doeken lijken kleuren en materialen met elkaar te spelen, waarbij er gaandeweg een evenwicht ontstaat. Wat mij betreft roept het 'poëtisch universum' vragen op over orde en chaos, over waar we vandaan komen en wat er achter de zichtbare werkelijkheid schuilgaat. Maar daar trekken de neutrino's zich niets van aan...



Non-dualiteit

De van oorsprong Hindoeïstische stroming nondualisme sluit in dit opzicht aan bij het gedachtegoed van Spinoza, maar is radicaler. Het nondualisme gaat er net als Spinoza van uit dat de kosmos, inclusief de wereld en zijn bewoners, één groot organisme of één groot bewustzijn is, waarin ondanks de uiterlijke chaos alles dezelfde grond heeft.
Het verschil met Spinoza is dat het nondualisme geen waarde meer hecht aan de eigen natuur. Identiteit is volgens nondualisten een uitvinding van het ego en een illusie. Door middel van gedachtekronkels, verwachtingen en egogeploeter houden we, met geluk als oogmerk, krampachtig ons zelf- en wereldbeeld in stand, maar in werkelijkheid kost dit streven naar zekerheid, aanzien, succes etc. ons alleen maar energie, brengt ons minder geluk dan we dachten en maakt ons allerminst vrij.
Erik van Zuydam stelt in dit opzicht dat het geloof in de vrije wil 'een kroonjuweel van het ego' is. Op zijn site en op youtube-filmpjes vertelt hij hoe hij zichzelf jaren lang afbeulde om zijn leven onder controle te houden, hoe deze levenshouding hem langzaamaan sloopte en dit uiteindelijk tot een crisis leidde. Volgens hem ligt de kern van het probleem in het oeverloze gezoek naar betekenis. Wat namelijk aan de grondslag ligt van het zoeken is de ervaring er nog niet te zijn, nog niet af te zijn, nog niet goed genoeg te zijn. Zodra je dit zoeken staakt neemt het leven het over en hoef je alleen nog maar te ontvangen.
De grootste veranderingen vinden wat van Zuydam betreft plaats zodra je ophoudt te geloven dat je zou moeten veranderen. Vanaf dat moment gaat het leven vanzelf.

Daar waar je bij Spinoza nog kan spreken over de verantwoordelijkheid en/of de opdracht om vanuit de eigen natuur te vertrekken door externe oorzaken zoveel mogelijk uit te schakelen en zich door de rede te laten leiden, stellen nondualisten de mens niet langer verantwoordelijk voor wie hij is en wat hij doet. Verandering gaat bij nondualisten vanzelf zodra je de stroom van leven toelaat. Een afgescheiden ik bestaat daarin niet meer, evenmin als succes en mislukking, goed en kwaad, schuld en onschuld, mannelijk en vrouwelijk. Op alledaags niveau hebben tegenstellingen misschien nog een functie binnen het geheel, omdat ze elkaar net als het hoog en laag van Heracleitos nodig hebben om de rivier te laten stromen, of omdat je door het gebruik van tegenstellingen kan vergelijken en met elkaar kan praten. Plaats je tegenstellingen echter in het grotere perspectief van het heen en weer golven dan kunnen zelfs de grootste crisissen met een knipoog bekeken worden — ze horen erbij, omdat ze deel uitmaken van de beweging waarin ze met elkaar spelen om uiteindelijk, in het bewustzijn dat alles één is, opgeheven te worden.
Misschien hecht de nondualist meer waarde aan de fundamentele verbinding tussen mensen. Daar waar 'het kosmische bewustzijn' of 'de kosmische energie' zich via talloze verschijningen in de mens en in de dingen manifesteert, is alles in wezen één. Vrijheid bestaat bij nondualisten daarom niet zozeer in de beweging als wel in berusting door het besef dat we allen pionnen op het schaakbord zijn, acteurs in de film of druppels in de oceaan, waarbij het niet vast te stellen is waar we beginnen en waar we ophouden te bestaan. Welke plaats we als individu precies innemen is tenslotte minder van belang dan het accepteren van je plek in het geheel en ten opzichte van anderen. In plaats van scherpe woorden die de tegenstellingen benadrukken, ligt het in dit kader meer voor de hand om elkaar aan te kijken, om zodoende 'het onnoembare' in elkaar tegen te komen.


Bekijken we de verschillende ideeën nu van bovenaf, dan heerst ondanks de verschillen in benadering van de termen 'orde en chaos', ondanks de verschillen in de consequenties van uitgangspunten voor de betekenis van creativiteit en identiteit, de hang naar vrijheid.
Ik vermoed dat Nietzsche, Spinoza en nondualisten het er met elkaar over eens zullen zijn dat de homo liber zichzelf is op zijn eigen plek in ruimte en tijd, zodra hij onderscheid weet te maken tussen wat echt is en wat illusie, tussen wat geforceerd en natuurlijk is, tussen wat halfslachtig en uit één stuk is. In hoeverre hij werkelijk vrij kan zijn, blijft daarbij de vraag.
De homo liber blijft vooralsnog een ideaal. Een zekere kennis en specifieke zelfkennis maken het echter mogelijk om ons in vertrouwen over te geven aan het spel der elementen, om het experiment 'leven' aan te gaan en je telkens weer te laten verrassen.